hulpmiddelen |
Taiga-gaai
De taiga-gaai (Perisoreus infaustus) is een vogel die behoort tot de kraaiachtigen. [bewerk] UiterlijkDe taiga-gaai is ongeveer 30 cm in de lengte, de spanwijdte is ruim 40 cm lang. De taiga-gaai weegt ongeveer 75 tot 90 gram. Mannetje en vrouwtje zien er hetzelfde uit. De grondkleur is beigebruin, de rug is grijzig, de staart en de vleugels hebben iets roodachtigs. Als de taiga-gaai vliegt, is met name op de borst duidelijk een rode vlek te zien. De taiga-gaai kan niet zingen; hooguit kan hij, net als de Vlaamse gaai, een krassend geluid produceren bij schrik of gevaar. [bewerk] Habitat en leefwijzeZoals het woord al aangeeft, komt de taiga-gaai voor in de taiga, oftewel in Noord-Europa en de noordelijke delen van Canada en Rusland. Alleen al in Europa wordt de populatie op enkele honderdduizenden geschat. Het is een uitgesproken standvogel. De taiga-gaai leeft al met al tamelijk teruggetrokken, maar is bij ontmoeting met mensen echter niet overdreven schuw. Taiga-gaaien zijn alleseters: ze eten onder andere zaden, noten, bessen, insecten, maar ook aas. Net als de Vlaamse gaai en de notenkraker verstopt hij zaden en noten in de grond als wintervoorraad. De taiga-gaai is bijna altijd in staat om zijn voorraad terug te vinden, ook als er sneeuw ligt. De nesten worden in struikgewas of naaldbomen gebouwd. Het vrouwtje legt gemiddeld drie tot vier eieren. Kuikens kunnen al snel zelf vliegen, maar blijven desondanks toch nog geruime tijd bij hun ouders. Een paar blijft het hele leven samen. [bewerk] VolkscultuurIn Finland, met name Lapland, heeft de taiga-gaai een bijzondere status. De taiga-gaai wordt in een aantal (kinder)liederen bezongen; volgens de Finse volkscultuur brengt het zien van de taiga-gaai geluk. Voor bosarbeiders is hij daar een soort 'maatje'. Opvallend genoeg brengt de taiga-gaai volgens de Duitse volkscultuur juist ongeluk (in het Duits heet de taiga-gaai dan ook Unglückshäher). Een (weliswaar zeer speculatieve) verklaring zou kunnen zijn dat zelfs de taiga-gaai het in Scandinavië gedurende bepaalde winters van de kleine ijstijd niet uithield, derhalve zuidelijker overwinterde, en in Duitsland werd gezien als een teken van een zeer strenge winter. |