hulpmiddelen |
StereoscopieStereoscopie is het maken en bekijken van een afbeelding met diepte met behulp van twee foto's (voor elk oog één). Maar die twee foto's worden samen één stereofoto genoemd. Men spreekt ook wel van 3D of 3-D. Deze term wordt echter ook veel gebruikt voor de perspectivische weergave bij afbeeldingen op een plat scherm, waarbij geen sprake is van stereoscopisch zien.
[bewerk] Een foto makenHet maken van stereofoto's wordt stereofotografie genoemd. Er moeten twee foto's worden gemaakt vanaf een iets verschillend standpunt. [bewerk] BasisDe eerste vraag is wat de afstand moet zijn tussen de twee standpunten, de basis. Het meest voor de hand ligt een basis van ongeveer 65 mm, dat komt overeen met de afstand tussen pupillen van de ogen. Hier wordt echter vaak van afgeweken. Fotografeert men op een grote afstand, bijvoorbeeld uit een vliegtuig, dan wordt een veel grotere basis genomen. Dit heet hyperstereo, en het resultaat lijkt veel kleiner dan het in werkelijkheid is. Maakt men een macro-stereofoto, bijvoorbeeld van een bloem of insect, dan is een kleine basis aangewezen. Als regel stelt men dat de basis hoogstens 1/30 moet zijn van de kortste afstand, en dat vermeden moet worden dat er iets in beeld komt dat dichterbij is dan 30 keer de basis. [bewerk] De opnameEen eenvoudige manier om stereofoto's te maken is met een enkele camera. Hiervoor is een statief nodig. Monteer een L-profiel op het statief en zet daar de camera tegenaan. Maak een foto. Schuif de camera 65 mm naar rechts en maak nog een foto. Gebruik geen camera met ingebouwde flitser. Wilt u flitsen, gebruik dan een losse flitser die op het statief is gemonteerd, en die dus niet meebeweegt als de camera wordt verplaatst. Pas op dat er geen bewegende objecten in beeld komen. De gemakkelijkste manier is het fotograferen uit de lossen hand met slechts een digitale camera. De digitale nabewerking kost enige ervaring. Zorg er voor dat de opnamehoogte nagenoeg constant blijft en de afstand tussen de camera en het te fotograferen object vrijwel gelijk blijft. Maak de eerste foto en doe een stap opzij. Richt de camera op exact het zelfde centrale punt en maak de tweede foto. Zorg er voor dat belichting en brandpuntsafstand van de lens niet te veel verschillen. De digitale afbeeldingen worden in een tekenpakket transparant op elkaar gelegd om ze passend te maken (Adobe: vervormen of distort). Er treedt een verschuiving op (parallax) tussen overeenkomstige punten die groter is naar mate een punt zich dichter bij de lens bevindt. Zorg dat de verschuivingen alleen plaatsvinden parallel aan de onderzijde van de nieuw te maken afbeelding. Kies het nul-vlak waar de punten met een bepaalde afstand samenvallen. Knip het nieuwe fotokader uit het sla de twee beelden afzonderlijk op. Op internet zijn programma's zoals AnaMaker om de beelden om te zetten in een stereofoto of anaglyph. De stap die wordt gemaakt tussen de twee opnames hangt af van de afstand tot het motief en het diepteverloop en het gewenste effect. Bij een opname in een museum is dat misschien 10 cm en bij een berglandschap aan de horizon 100 meter. Mooier is het met twee camera's, liefst identieke, samen op een statief gemonteerd en tegelijk afgedrukt. Is niet gegarandeerd dat de camera's inderdaad tegelijk afgedrukt worden, dan is flitsen moeilijk. Digitale camera's kunnen elektronisch gesynchroniseerd worden. En dan is er de echte stereocamera. Helaas zijn deze camera's niet gemakkelijk meer te verkrijgen. Analoge stereocamera's zijn tweedehands nog wel te vinden. Een echte stereocamera heeft haast altijd een basis van 6 à 7 cm. Om een opname met een grotere basis te maken, moeten twee aparte camera's worden gebruikt, of een enkele camera waarmee men twee beelden na elkaar maakt. Er bestaan stereocamera's met een kleinere basis. Zo is er een camera met een basis van 3 cm. Deze maakt foto's op een rolfilm van 6 cm die verticaal door de camera loopt. Een klassieker is de Realist Macro met een basis van 2,4 cm. Een zeer kleine basis is technisch lastig. Het is mogelijk twee camera's zodanig aan elkaar te bevestigen dat de ene rechtstreeks en de andere via een spiegel fotografeert. Ook is het mogelijk twee diafragma's in hetzelfde objectief te monteren. [bewerk] MontageMisschien het grootste probleem is de montage. De twee beeldjes moeten naast elkaar worden gemonteerd, op precies dezelfde hoogte, en ze mogen niet ten opzichte van elkaar verdraaid zijn. Dit kan een heel gepriegel zijn. Vanouds gebruiken veel stereofotografen speciale diaraampjes (41 bij 101 mm) waarin twee dia's werden gemonteerd. Andere stereofotografen maken z.g. gescheiden paren (met twee gewone diaraampjes), wat het voordeel heeft dat het materiaal gemakkelijk verkrijgbaar is.. Montage is zelfs nodig als er een echte stereocamera is gebruikt. De beeldjes bevinden zich namelijk verwisseld op de film, zodat ze moeten worden losgeknipt. Er zijn niet veel camera's die dit bezwaar niet hebben. Worden er digitale foto's gemaakt, dan is de montage al een stuk eenvoudiger. Er bestaan namelijk computerprogramma's (Cosima en Stereo Photo Maker) die het vrijwel automatisch doen. [bewerk] SchijnvensterEen dia wordt steeds in een raampje gemonteerd waardoor bij het bekijken er op een bepaalde afstand een z.g. schijnvenster of schijnraam ontstaat. Het is over het algemeen niet fraai als een object in de foto door het schijnvenster wordt afgesneden. Men moet er dus voor zorgen dat alle objecten in de stereofoto verder weg zijn dan het schijnvenster. Heeft men een stereofoto gemaakt met twee identieke, evenwijdig geplaatste camera's (of met één camera, na elkaar), dan is het nodig van elk beeldje een randje af te snijden, links van het linkerbeeldje en rechts van het rechterbeeldje. Bij een echte stereocamera is dit niet nodig omdat de objectieven van zo'n camera zich iets dichter bij elkaar bevinden dan de filmkaders. [bewerk] Manieren om stereofoto's te bekijkenAls elk van beide beelden van de twee foto's door één oog wordt gezien, dan vertalen de hersenen dat in een beeld met diepte. Dit kan op verschillende manieren. [bewerk] ParallelDe foto's worden naast elkaar gelegd en bekeken met een speciale kijker (een stereoscoop), die voorzien is van licht positieve lenzen waardoor de ogen niet meer hoeven te accommoderen en zich haast vanzelf parallel instellen. Het linkeroog ziet het linkerbeeld, het rechteroog het rechter, de hersenen vertalen de twee afzonderlijke beelden naar één beeld met diepte. Veel stereofotografen kunnen dit ook zonder kijker, het is met enige oefening te leren. Omdat onder normale omstandigheden het scherpstellen van de ooglens (accommoderen) gekoppeld is aan de oogstand (convergeren)kan niet iedereen dit makkelijk leren. U kunt het proberen met de afbeelding aan het einde van dit artikel. De afstand tussen de foto's moet gelijk zijn aan de afstand tussen de optische centra van de lenzen van de stereoscoop, liever nog iets minder. Is de afstand tussen de lenzen niet gelijk aan de oogafstand, dan moeten de lenzen groot genoeg zijn, zodat u niet door het midden van de lenzen kijkt. Kijkt u zonder stereoscoop, met het blote oog, dan moet de afstand tussen de foto's bij voorkeur niet meer zijn dan de oogafstand. Dat betekent een beperking van de breedte van de foto's. Staan de foto's te ver van elkaar, dan moet u met divergerende oogassen kijken, en dat lukt de meeste mensen niet. Een alternatief voor bekijken van parallelle beelden is een "spiegeloptiek", waarbij elk oog kijkt via twee spiegels die 2× het beeld ombuigen met hoek ±45° zodat de twee beelden virtueel gefuseerd worden tot één stereobeeld. Voor bekijken van stereobeelden op een computerbeeldscherm is dit een handig instrument. Nadeel is dat er steeds enig "tunneleffect" ontstaat door het gespiegel met wat beeldverkleining. De gebruikte spiegels moeten uiterst dun zijn: oppervlaktespiegels of spiegels dunner dan 1 mm. [bewerk] KruislingsDe 'scheelkijk'- methode: lijkt op de parallelle methode met het blote oog, maar linker- en rechterplaatje worden verwisseld. Er zijn mensen die hun ogen zodanig kunnen richten dat ze met het linker oog naar het rechter-, en met het rechter oog naar het linkerplaatje kijken waardoor ze geen kijker nodig hebben. Het beeld lijkt dan kleiner dan bij parallel bekijken. [bewerk] AnaglyphDe twee beelden worden afgedrukt in rood/groen of rood/cyaan (soms geel/blauw) en worden bekeken door een bril met overeenkomstige kleurenfilters, waardoor het ene oog alleen het ene en het andere oog alleen het andere beeld kan waarnemen. Dit noemt men een anaglyph. Hierbij is i.h.a. geen zinvolle kleurwaarneming van het beeld meer mogelijk; wel kunnen grote foto's worden bekeken omdat de beelden over elkaar kunnen worden geprojecteerd of afgedrukt. Deze methode is zeer geschikt voor computer- en televisieschermen. De bril moet gebruikt worden met rood links (net als bij socialisten en in de boordverlichting van schepen en vliegtuigen). Dit is een universele standaard. [bewerk] KamfiltersRood en groen werk tamelijk grof. Een rood filter laat alleen licht van lange golflengtes door en een groen filter de kortere golflengtes. Een verbeterde variant hiervan werkt met zogenaamde kamfilters. Ruwweg kan men zeggen dat het ene filter alleen de even golflengtes en het andere de oneven golflengtes doorlaat. Hierdoor blijven de kleuren vrijwel intact. Bovendien is er geen speciaal scherm nodig (zoals bij polarisatie) en blijft het beeld goed als men het hoofd scheef houdt. Het systeem is geschikt voor projectie, niet voor televisie en (tenzij men heel speciale drukinkt gebruikt) niet voor drukwerk. De filters zijn duur. [bewerk] PolarisatieHierbij wordt gebruik gemaakt van het feit dat licht een trilling is, en dat het trilt in een bepaalde richting. Met polarisatiefilters worden de beelden gepolariseerd zodat het ene beeld trilt van linksboven naar rechtsonder, en het andere van rechtsboven naar linksonder. Het beeld wordt geprojecteerd op een scherm dat daarvoor geschikt is (een zilverscherm). De toeschouwers dragen een bril met polariserende glazen. Hierbij is het wel mogelijk kleurenfoto's te tonen en bovendien is het mogelijk naar grote geprojecteerde afbeeldingen te kijken omdat de beelden in de projectie gewoon over elkaar kunnen vallen. Het gebruikte projectiescherm moet een zilverscherm zijn, want dat verstoort de polarisatie niet. Dezelfde methode is ook mogelijk met computerschermen. Hiervoor kan een zogenaamde Cobox worden gebruikt. Het beeld hiervan is natuurlijk kleiner dan een geprojecteerd beeld. [bewerk] SluiterbrilEen zeer geavanceerde manier is het gebruik van een bril met sluiters van vloeibare kristal in de glazen, die door een elektronische bediening om de beurt ondoorzichtig worden. De computer zorgt ervoor dat het linker- en rechterbeeld in hetzelfde tempo beurtelings worden getoond. Daarbij krijgt het oog achter het doorzichtige glas het bijbehorende beeld gepresenteerd. Er is een beeldscherm nodig dat met een hoge rasterfrequentie kan werken en de bril is duur. [bewerk] LenticulairBij deze methode is geen speciale bril of kijker benodigd. De diverse beelden worden geïnterlinieerd afgedrukt, waarna er een lenticulaire lens overheen wordt geplaatst. Hierdoor wordt de diepte zonder hulpmiddelen zichtbaar. Deze manier van weergeven wordt ook wel autostereoscopie genoemd en is bekend van de aloude ansichtkaarten met daaroverheen doorzichtig 'ribbeltjesplastic' (= de lenticulaire lens). Ook zijn er computermonitoren verkrijgbaar die de lenticulaire techniek gebruiken om stereobeelden weer te geven. Deze zijn echter sterk kijkhoekafhankelijk: wanneer een kijker zich uit het midden bevindt wordt het 3D-effect verstoord. Philips heeft in augustus 2006 een verbeterde monitor getoond waarbij, door middel van lenticulaire lenzen die in 9 in plaats van 2 richtingen beelden sturen, de kijkhoekonafhankelijkheid sterk vergroot is. [bewerk] GespiegeldBij de gespiegelde methode wordt een van beide plaatjes spiegelbeeldig afgebeeld of vertoond. Door een zakspiegeltje rechtop tussen de plaatjes te zetten, de neus tegen de rand van de spiegel te houden en met één oog via de spiegel naar de gespiegelde afbeelding te kijken en met het andere oog direct naar de niet gespiegelde afbeelding kan, met enig zoeken, een stereoafbeelding bekeken worden. Deze methode is geschikt voor gebruik in boeken, omdat de benodigde hulpmiddelen altijd wel aanwezig zijn. Ook bij 3D-computergraphics kunnen de programma's vaak een dubbel resultaat berekenen, waardoor stereokijken mogelijk wordt. Van molecuulmodellen kunnen op deze manier afbeeldingen worden gemaakt die een zeer goed ruimtelijk inzicht geven. [bewerk] HolografieZie Holografie [bewerk] StereokaartenRond 1900 zijn er veel zogenaamde stereokaarten gemaakt. Deze werden bekeken met een stereokijker waar lenzen inzaten. [bewerk] Externe links
|