hulpmiddelen |
Poetica (Aristoteles)Poetica (oorspronkelijk Περι ποιητικής, ca. 335 v.Chr.) is een filosofisch werk van de Griekse filosoof Aristoteles, dat bekend staat onder zijn vertaalde Latijnse naam. In het werk geeft Aristoteles zijn opvatting weer over “poëzie”, waar ook lyriek, epos en drama onder begrepen waren. Hij tracht “poëzie” uit te leggen aan de hand van de verschillende genres en onderdelen. Zijn analyse van de tragedie vormt de kern van zijn betoog. Hoewel deze Poetica wereldwijde erkenning geniet, legt Marvin Carlson uit, “is vrijwel elk detail van zijn baanbrekend werk onderwerp van discussie geworden.”
[bewerk] InhoudAristoteles verdeelde poëzie in drie genres: Tragedie, Komedie en Epiek. In zijn 'Poetica' houdt hij zich vooral bezig met Tragedie, terwijl een tweede werk waarin hij de Komedie behandelt verloren is gegaan. Mogelijk geeft de Tractatus coislinianus een overzicht van zijn lezingen over dit onderwerp, of zijn het aantekeningen van een filosoof in de aristotelische traditie. Wat ons overgeleverd is als de Poetica is waarschijnlijk niet de volledige tekst. Zoals heel wat van Aristoteles’ andere teksten werd immers ook de Poetica door zijn leerlingen gekopieerd. Het duidelijkste voorbeeld hiervan is de Nicomacheïsche ethiek, genoemd naar Nicomachus wiens naam nu met de tekst verbonden is.[1] In elk geval beschikken we over aanwijzingen dat van de Poetica een uitgebreidere versie bestond. Aristoteles' Poetica gaat hoofdzakelijk over zijn onderzoek van de Tragedie, die hij als volgt definieert.
De Poetica maakt samen met de Retorica deel uit van Aristoteles’ studie van de esthetiek. [bewerk] Terminologie in de Poetica
[bewerk] InvloedDe Poetica was in zijn tijd niet erg invloedrijk en werd meer als een geheel gezien samen met de meer bekende "Retorica". Retorica en poëzie werden toen immers nog niet als afzonderlijk beschouwd zoals later wel gebruikelijk werd. In latere tijden zou "Poetica" wel heel invloedrijk worden. Vooral de opvatting van tragedie tijdens de Verlichting is schatplichtig aan de Poetica. In de Middeleeuwen circuleerde er een Arabische vertaling van de Poetica, op basis van een Grieks manuscript dat van vóór het jaar 700 dateerde. Dit manuscript was uit het Grieks naar het Syrisch vertaald en verschilt van de tegenwoordig geaccepteerde elfde eeuwse bron, aangeduid als manuscript "Parijs 1741". De Syrische bron die voor de Arabische vertaling was gebruikt, verschilde in woordenschat aanzienlijk van de originele Poetica en leidde tot een verkeerde interpretatie van de ideeën van Aristoteles die de gehele Middeleeuwen duurde. Van Aristoteles’ Poetica bestaan er twee verschillende Arabische interpretaties; een van Abu Nasr al-Farabi en een van Averroes. Al-Farabi spant zich in zijn verhandeling in om poëzie tot het logische vermogen van de expressie te maken, waarmee hij het geldigheid verleende in de islamitische wereld. Averroes’ commentaar poogt zijn beoordeling van de Poetica te laten harmoniëren met die van al-Farabi, maar slaagt er uiteindelijk niet in om het morele doel dat hij aan poëzie toeschrijft met al-Farabi’s logische interpretatie te verzoenen. Hoe dan ook werd Averroes versie van de Poetica in het westen aanvaard doordat het vanuit westers humanistisch gezichtspunt relevant was. Af en toe gaven de middeleeuwse filosofen zelfs de voorkeur aan Averroes' interpretatie boven de betekenis die Aristoteles oorspronkelijk had bedoeld. Het is hoe dan ook dankzij de Arabische literaire cultuur dat Aristoteles’ Poetica aan ons is overgeleverd. [bewerk] EcoZowel het overgeleverde eerste deel als het verloren tweede deel van de Poetica spelen een belangrijke rol in Umberto Eco's roman De naam van de roos. [bewerk] Tekst[bewerk] Bronnen
[bewerk] Referenties |