hulpmiddelenin andere talen
|
Plato (filosoof)Plato (Oudgrieks: Πλατων, Platōn) Athene, ca. 427 – aldaar, 347 v.Chr.) was een Grieks filosoof en schrijver. Plato, leerling van Socrates en leraar van Aristoteles, behoort tot de meest invloedrijke denkers in de westerse traditie.[1]
[bewerk] BiografiePlato's werkelijke naam zou Aristoklés zijn geweest, naar zijn grootvader; de bijnaam Plato ("brede") zou ofwel verwijzen naar zijn atletische gestalte, of naar zijn breedsprakigheid, of naar zijn brede voorhoofd.[2] Plato werd geboren te Athene ca. 427 v.Chr. in een aristocratische familie, die niet bepaald dweepte met de democratie. Hij genoot een zeer verzorgde opvoeding: reeds als jongeman kende hij veel succes op sportief en literair vlak. Hij kan beschouwd worden als verreweg de meest getalenteerde "student" van Socrates. Na diens dood volgde hij eerst nog les bij Euclides van Megara, maar besloot toen uit te wijken naar Zuid-Italië en Sicilië, in de hoop daar een nieuw leven te beginnen. Zijn verblijf aan het hof van Dionysius I, tiran van Syracuse, liep slecht af: wegens een meningsverschil over de ideale staatsvorm viel hij in ongenade bij de tiran en werd wellicht gearresteerd. Mogelijk heeft Plato rondgereisd, en bezocht hij ook Egypte. De tragische dood en de opvattingen van zijn leermeester Socrates bleven hem levenslang bezighouden en zijn werk beïnvloeden. Bij zijn terugkeer in Athene (in 387 v.Chr.) stichtte hij een studiegemeenschap, de Akademeia, waarvan hij de onbetwiste leider zou blijven tot zijn dood. Aristoteles werd zijn belangrijkste leerling. Plato overleed in circa 347 voor Christus te Athene. [bewerk] Zijn belangrijkste werkenPlato is een van de weinige Griekse schrijvers uit de klassieke periode van wie het integrale gepubliceerde werk bewaard is gebleven. Hij onderscheidt zich van vroegere en latere denkers door het schrijven van dialogen, waarin levende personen met elkaar van gedachten wisselen over een concrete situatie (vaak genoemd naar een van de gesprekspartners). Hij verkoos deze dialoogvorm boven de theoretische uiteenzetting: zo verhoogde hij de levendigheid van zijn werk en voorkwam hij ook het gevaar wereldvreemd te worden. Hij wilde immers zijn wijsgerige inzichten verspreiden over een ruim publiek, want alleen de filosofie leidde volgens hem tot het ware geluk. Daaruit volgt echter ook dat hij zijn inzichten nergens uitvoerig en systematisch uiteenzet. Ondanks het feit dat hij zich sceptisch uitliet over de waarde van het geschreven woord, zijn zijn dialogen in sierlijke en verzorgde taal geschreven. Hij was een begenadigd stilist, en zijn werk vormt een van de onbetwiste hoogtepunten van de wereldliteratuur. Een genre dat een uitzonderlijk belangrijke en paradoxale plaats inneemt binnen de dialogen van Plato is de mythe. Aan de ene kant zette hij zich af tegen de traditionele, antropomorfistische mythen zoals die door een Homerus werden overgeleverd (zie De Staat). Aan de andere kant maakte hij er vaak zelf gebruik van. Zo laat hij Protagoras in de gelijknamige dialoog zijn mening ("deugd is aanleerbaar") staven door middel van de mythe van Prometheus en Epimetheus. In De Staat maakt Plato zijn bedoeling met mythen duidelijk: de mythe is een waardevol leermiddel voor de jongere generaties, maar moet gezuiverd worden van alle ideeën en onderwerpen die tot ondeugd kunnen aanzetten (zo zijn de buitenechtelijke relaties van Zeus niet echt een voorbeeld voor de jeugd, en mogen zij dus niet verteld worden). [bewerk] Indeling
[bewerk] Plato's belangrijkste wijsgerige stellingen[bewerk] IdeeënleerIn zijn zoektocht naar wat "Ware Kennis" was, deed Plato zijn belangrijkste ontdekking: namelijk dat kennis enkel over algemene en abstracte dingen gaat, die we weliswaar in concrete zaken terugvinden. Een idee is als het ware de blauwdruk van iets concreet. In een universum waar de ideeën objectief zijn, is volgens Plato dan ook wel mogelijk om kennis te vergaren wat goed en slecht is. Dit is een reactie tegen het relativisme van de sofisten waartegen ook Socrates zich al verzette. Waarnemingen zijn volgens Plato relatief: Ik kan een koekje lekker vinden, terwijl het voor iemand anders oneetbaar is. Maar daardoor wordt het idee koek niet aangetast. Die specifieke koek is nog steeds onderdeel van het gehele idee. Waarnemingen leiden dus enkel en alleen tot meningen, het kunnen ware meningen zijn, maar het blijven meningen. Kennis kan niet in de wereld van concrete zaken (in onze wereld dus) liggen. Om dit op te lossen creëerde Plato een Ideeënwereld waar alle ideeën, los van alles wat concreet is, zich bevinden. De kloof die zich tussen deze twee werelden bevindt is overbrugbaar. Door middel van de vriendschappelijke discussie waarbij men elkaar uitdaagt om steeds verder te denken dan hun eigen mening is er een mogelijkheid om verder te komen en de ideeen beter te definieren. Meningen zijn het startpunt om bij ideeën te komen. [bewerk] Psychologie / Epistemologie: het Dualisme
[bewerk] De allegorie van de grotDe beroemdste passage in Plato’s werk, de allegorie van de grot, bevindt zich in "De Staat". In allegorische vorm zet Plato er zijn opvattingen uiteen over het mens-zijn, en vooral over de menselijke kennis, in hun relatie tot de realiteit als geheel. Stel je een grote grot voor, zegt hij, die met de buitenwereld verbonden is door een gang, zo lang dat er geen daglicht in de grot valt. Er zit een rij gevangenen met hun rug naar de ingang, en ze kijken naar de achterwand van de grot. Hun ledematen en halzen zijn zo vastgeketend, zodat ze hun hoofden niet kunnen bewegen en noch elkaar, noch zichzelf kunnen zien: alleen de wand voor zich kunnen ze zien. Ze hebben hun hele leven zo gezeten en kennen niets anders. Achter hen bevindt zich een laaiend vuur. Tussen hen en dat vuur is een manshoge muur en aan de andere kant van die muur lopen mensen met dingen op hun hoofd heen en weer. De schaduwen van die dingen vallen door het vuur op de wand waar de gevangenen tegenaan kijken, die ook de stemmen weerkaatst van hen die die dingen dragen. Het enige dat de gevangenen in hun leven waarnemen, zegt Plato, zijn schaduwen en echo’s. Ze zouden denken dat schaduwen en echo’s de realiteit vormen en over de waarneming van die “realiteit” zouden hun gesprekken gaan. Als een gevangene zijn ketenen zou kunnen afschudden zou hij door de levenslange ketening in het halfduister zo verkrampt zijn, dat het alleen al pijnlijk voor hem zou zijn om zich om te draaien en bovendien zou het vuur hem verblinden. Hij zou volkomen in de war raken en zich weer willen omkeren naar de wand der schaduwen, naar de realiteit die hij begrijpt. Als hij uit de grot naar het felle zonlicht gesleurd zou worden, zou hij pas na lange tijd iets kunnen zien en dat begrijpen. Als hij eenmaal gewend zou zijn aan de bovenwereld en daarna terugkeerde in de grot, zou de duisternis hem weer tijdelijk verblinden. Zijn ervaringen zouden onbegrijpelijk zijn voor de andere gevangenen, omdat hun taal alleen naar schaduwen en echo’s verwijst. Plato leert ons met deze allegorie dat we zijn opgesloten in ons eigen lichaam, dat onze medemensen net zulke gevangenen zijn en dat niemand in staat is het eigen wezenlijke zelf of dat van een ander te kennen. We nemen geen realiteit waar, maar alleen wat in onze geest is. [bewerk] Moraal
[bewerk] Socio-Politieke gedachten: de ideale staat?Plato was geschokt door de moord die de Atheense staat gepleegd had op zijn geliefde leraar en vriend, Socrates. Hij werd immers gedwongen tot het drinken van de gifbeker. Hierdoor werd hij aangezet tot het creëren van een nieuw soort staat. Hij was niet te vinden voor de democratie, aangezien deze zijn vriend had gedood. Ook de oligargie (een bestuursvorm waarbij de minderheid aan de macht is) beviel hem niet, aangezien hierbij de positie van iemand bepaald wordt door zijn geboorterecht en niet door zijn persoonlijke verdienste. Daarnaast leek een tiranie (een bestuursvorm waarbij 1 iemand aan de macht is, in die tijd had dit begrip nog geen negatieve betekenis) hem ook niet geschikt. Dit was volgens hem namelijk een vorm van democratie, waarbij het volk zijn macht doorgaf aan één enkele persoon en die persoon dan blindelings volgt. Plato stelde dat dit steevast resulteert in machtsmisbruik. Zo ontwikkelde hij zijn eigen staat:
Plato maakte onderscheid tussen drie soorten mensen: 1° zij die de begeerte als leidraad hebben en daarnaar handelen, 2° zij die streven naar kennis (wijs-begeerte) en 3° zij die de kennis bezitten.
[bewerk] LiteratuurOm kennis te maken met Plato en zijn ideeën:
Zijn verzameld werk is beschikbaar in een "bewerkte" heruitgave van de vertaling van Xaveer de Win, ISBN 90-289-2548-1 (België) / ISBN 90-391-0750-5 (Nederland). [bewerk] Externe links
|