Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij

De adelaar met het hakenkruis, het symbool van de NSDAP
De adelaar met het hakenkruis, het symbool van de NSDAP

De Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij of afgekort NSDAP (Duits: Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei) was de naam van de partij die op 24 februari 1920 ontstond uit de Duitse Arbeiderspartij (Duits: Deutsche Arbeiterpartei) (DAP) en de Duitse Nationale Volkspartij (DNVP). De NSDAP groeide uit tot een nationaal-socialistische partij met extreem-rechtse en extreem racistische denkbeelden met als boegbeeld Adolf Hitler.

Inhoud

[bewerk] De periode 1919-1921

Op 5 januari 1919 werd de Duitse Arbeiderspartij (DAP) opgericht door Anton Drexler. Dit was de voorloper van de NSDAP. In het begin was deze partij alleen maar een van de vele extreemrechtse en racistische partijtjes die na de eerste wereldoorlog als paddestoelen opschoten in de Weimarrepubliek. De DAP had zijn machtsbasis in Munchen. Het belangrijkste uitgangspunt van deze partij was dat Duitsland een nieuw leger moest bouwen, wat echter verboden was volgens het Verdrag van Versailles. In september 1919 werd Hitler lid van deze partij waar hij steeds meer tijd in stak. Op 24 februari 1920 probeerde de partij haar eerste massabijeenkomst te organiseren. Het werd een schamel succes met een geringe opkomst van 2000 mensen. De bevolking liep echter warm voor de nationaal-socialistische toespraken van Hitler en de partij werd groter. Dit was mede te danken aan de retorische talenten van Hitler. Rond 1921 was Hitler het brein van de activiteiten van zijn partij en werd hij gezien als de leider. Reeds vanaf de begintijd richtte de NSDAP zich vooral op de volgende punten:

Ondertussen had Hitler rond zich een groep vertrouwelingen verzameld die bestond uit:

De ordehandhaving werd geregeld door de SA, van oorsprong een soort veredelde knokploeg, en als eigen mediablad had de partij de Völkischer Beobachter. Via een slimme en doordachte manier van propaganda van de partij-ideologie en -standpunten kreeg Hitler geleidelijk steeds meer invloed onder de Beierse bevolking.

[bewerk] De periode 1922-1929

Het ledenaantal van de partij groeide in 1922 van 20.000 tot in het crisisjaar 1923 uit tot meer dan 50.000 leden. Ze bestond in die tijd vooral uit mensen van de arbeidersklasse. De partij was echter ook een onderkomen voor oud-legerofficieren en andere conservatieven. Samen met Ernst Röhm, de man achter de SA, kwam Hitler op het idee om een eigen reserveleger te bouwen waarbij de contacten en expertise van de vroegere legerofficieren goed van pas zouden komen. De achterliggende gedachte was de kwakkelende economie die wellicht zou leiden tot een algemene ineenstorting van het land en collaboratie van het eigenlijke leger met de 'vijanden van het Duitse volk'. Hitler wilde daar een eigen 'volksleger' tegenover stellen. Vanaf toen werd de SA uitgebouwd tot dit volksleger en tegen 1933 telde dit 'reserveleger' zelfs 400.000 leden , meer dan het reguliere Duitse leger. Ook werd er voor de partijtop een lijfwacht opgericht. Dit was de Schutzstaffel beter bekend onder de afkorting als SS.

Door het drukken van enorme hoeveelheden geld trachtte de Duitse overheid de inflatie, die begin jaren '20 het Duitse leven beheerste, in de kiem te smoren. Dit liep echter uit op een fiasco en de NSDAP rook haar kans. Door middel van een putsch, bekend als de Bierkellerputsch, probeerde ze op 9 november 1923 de macht in Beieren over te nemen. Het ondoordachte plan was om zo een kettingreactie van revoluties in andere deelstaten te veroorzaken waarna tenslotte Berlijn voor het grijpen zou liggen. Na een hevige strijd werden Hitler en consorten echter gearresteerd en op 26 maart berecht. Dit liep uit op een zege voor hen want heimelijk had Hitler veel steun onder zijn berechters. Ze werden 'bestraft' met een vijf jaar durende straf in een luxegevangenis. Hitler schreef in die tijd Mein Kampf de 'bijbel' van het nationaal socialisme. De straf werd echter na één jaar beëindigd en hij was weer een vrij man.

De NSDAP en diens Noordduitse bondgenoten hadden vlak na de Bierhalleputsch een opleving beleefd in de verkiezingen, maar zakten nadien weer langzaam weg tot ze in 1928 slechts ca. 2 % van de stemmen verwierven. Hitler richtte zich echter op consolidatie en herorganisatie, en vormde de beweging om van een lokale Zuidduitse partij tot een landelijke partij. Het ledental nam toe tot ruim 100,000 in 1929. Ook splitste Hitler zijn NSDAP in twee afdelingen, aangeduid als PO-I en PO-II. PO was een afkorting voor politieke organisatie.

  • PO-I had tot taak de ondermijning en omverwerping van de Weimar-republiek.
  • PO-II hield zich bezig met het vormen van een nieuwe staatsinrichting. Hiervoor bezat het zelfs afdelingen die als ministeries trachtten te functioneren. Ook de indeling in Gaue was afkomstig van PO-II.

In deze tijd tekenden zich tevens de eerste conflicten tussen de partij en de SA af, die echter altijd binnenskamers werden gehouden. Rohm moest uiteindelijk het hoofd buigen en vertrok tijdelijk naar Bolivia.

Tot 1929 was de NSDAP een kleine partij die nog niet veel invloed had in de Duitse politiek. Dit veranderde echter hierna vanwege de aanhoudende economische recessie die Duitsland trof. Grote delen van de bevolking zochten een houvast in deze rumoerige tijden en Hitler haakte hierop in en beloofde 'orde op zaken te stellen'. Via steeds groeiende massabijeenkomsten in o.a. Neurenberg sprak Hitler de bevolking toe en het ledental groeide immens. De NSDAP kon zich profileren als de enige partij die niks te verwijten viel, omdat ze immers nooit in een regering gezeten hadden.

Vanaf oktober 1929 was dan ook een duidelijke opmars van de NSDAP in de deelstaatparlementen te bespeuren, voor het eerst ook buiten Zuid-Duitsland en Beieren. In Baden werd 7% van de stemmen gehaald, in Lübeck 8 %. In Thuringen namen de nazi's voor het eerst deel aan een deelstaatregering, hiertoe uitgenodigd door de andere partijen die een cordon sanitaire tegen de communisten in stand hielden. Dit werd een fiasco, maar de opmars zette zich voort. Toen in 1930 nieuwe verkiezingen werden uitgeschreven voor de Rijksdag, voorspelden de nazi's een reuzenzege.

[bewerk] De periode 1930-1933

In september 1930 haalde de partij bij de verkiezingen voor de Rijksdag 6,4 miljoen stemmen en werd ze de tweede partij van Duitsland, met 107 van de 577 zetels. Ondertussen kwakkelde de economie nog altijd. Tijdens de verkiezingen van 1932 verloor Hitler het van regerend president Paul von Hindenburg, maar door de parlementsverkiezingen van dat jaar werd de NSDAP wel de grootste partij van Duitsland met 230 zetels. Er hadden 14 miljoen mensen op ze gestemd, maar Von Hindenburg weigerde Hitler te benoemen als rijkskanselier; hij wantrouwde hem en had een lage dunk van 'deze kleine korporaal en mislukte kunstenaar' zoals Hindenburg Hitler betitelde. Ook zat de partij met een ander probleem: door de voortdurende verkiezingscampagnes was de partij bijna failliet. Verder had de partij haar maximale draagvlak bereikt. De aanhang was nu zo divers geworden dat het moeilijk was een koers te kiezen zonder een deel van die aanhang van de NSDAP te vervreemden. De achterban nam het Hitler bovendien kwalijk dat hij geen regeringspost wilde accepteren, en dus "helemaal niets deed". De bevolking begon "Hitler-moe" te worden.

Bij de verkiezingen van november 1932 verloor de NSDAP dan ook 4%, en leverde 34 zetels in. Toch wilden veel zakenlieden en conservatieve politici nog met Hitler praten en zetten Hindenburg onder druk om Hitler toch een regering te laten vormen. Ze zagen hem als een verbreding van hun smalle machtsbasis, en hoopten dat ze hem konden "temmen". De NSDAP deed er ondertussen alles aan om de tegenslag van de verkiezingsnederlaag te overwinnen: in de verkiezingen voor het ministaatje Lippe werd alles uit de kast gehaald. De bescheiden overwinning die behaald werd buitte men uit om de positie in de formatiebesprekingen te versterken: het tij was weer gekeerd en de nazi's waren weer in opmars.

Op 30 januari 1933 werd Hitler rijkskanselier van een extreemrechtse coalitie tussen onder andere de NSDAP en de Deutschnationale Volkspartei. Als eerste officieele regeringsmaatregel (31 januari 1933) ontbond Hitler de Rijksdag en schreef nieuwe verkiezingen uit. Door intimidatie en het verbieden van bepaalde politieke partijen behaalde hij een klinkende overwinning. De NSDAP won met 43,9%, ongeveer zeventien miljoen stemmen. Ondertussen zakte de hoogbejaarde Hindenburg, als enige die tevoren nog enige autoriteit tegenover Hitler kon stellen, geestelijk steeds verder weg in dementie. Hitler had al snel de handen vrij en begon zijn macht over het regeringsapparaat uit te breiden.

[bewerk] Vestiging van de dictatuur

Na de machtsovername begon de Gleichschaltung. Dit hield in dat de Duitse staat en bevolking in het NSDAP-keurslijf werden gedwongen. Al snel werd de NSDAP-ideologie zichtbaar in het openbare leven. Die bestond vooral uit antisemitisme en vrijheidsbeperking van de bevolking.

Op 14 juli 1933 werd het parlementaire apparaat "Gleichgeschaltet" met de nazi-ideologie en feitelijk buiten werking gestelt. Het opheffen van alle andere politieke organisaties gebeurde door een verbod hiervan aangevuld door geweld, intimidatie en arrestatie van de partijtop. De dictatuur van de NSDAP was een feit en er kon nog maar op één partij gestemd worden. In de daaropvolgende verkiezingen kon voor of tegen worden gestemd. Er werd wel duidelijk gemaakt dat tegenstemmen gelijk stond aan verraad en dan was wel duidelijk wat er ging gebeuren. Vanaf die tijd heerste de nationaal-socialistische dictatuur. Er werden allerlei razzia's gehouden tegen tegenstanders van de nazi's en het treiteren en boycotten van de Joden werd de normale gang van zaken.

Op 30 juni 1934 stierf president Von Hindenburg, Hitler versmolt de functie van rijkspresident met die van zijn eigen functie als rijkskanselier en toen begon de nazidictatuur pas echt. De NSDAP werd nu omgevormd tot een apparaat dat de bevolking in het gareel moest houden en breidde zijn controle uit over alle organisaties in het land, van hobbyclubs en jeugdverenigingen tot het leger. Dit proces duurde drie a vier jaar, waarna zo goed als iedere instantie of club direct of indirect afhankelijk was van de goedkeuring van en aangestuurd werd door de partij. In de loop der jaren heeft Hitler zijn tegenstanders in de partij zelf en daarbuiten systematisch uitgeroeid en een groep onvoorwaardelijke vertrouwelingen om zich heen gebouwd. In de zomer van 1934 werd besloten om Ernst Röhm te executeren, omdat hij, vanwege zijn macht binnen de SA en zijn linkse standpunten waarmee hij geregeld met Hitler in conflict kwam, werd gezien als een bedreiging. In het buitenland werd dit bekend als de "nacht van de lange messen". De SA werd gekortwiekt en het ledenbestand werd gezuiverd. Hogere leiders werden ge-executeerd of ontslagen, lagere leiders werden naar gelang hun "politieke zuiverheid" ontslagen of gepromoveerd. Vanaf toen nam de SS van trouwe Hitler adept Heinrich Himmler de plaats in van de SA en diens macht groeide explosief.

Op 22 september 1934 werd besloten tot de totale verwijdering van de Joden uit de samenleving. Dit werd vastgelegd in de Rassenwetten van Neurenberg, waarin precies werd omschreven wat Joods was. Alle Joden werden hun burgerrechten ontnomen. De voortdurende pesterijen verliepen cyclisch: geweld van beneden (met name de SA) werd door de partij aangemoedigd. Daarna volgde escalatie van het geweld, waarna de regering "tussenbeiden kwam". Het eind van het liedje was een verdere verscherping van antisemitistische maatregelen "om de radicalen tevreden te stellen". Dit proces herhaalde zich telkens weer en culmineerde in de Kristallnacht en ten slotte in de massale jodenvervolgingen.

Na 1937 ontsloeg Hitler acht van de twaalf ministers en verenigde hun voormalige functies en bevoegdheden met zijn eigen functie als Führer. Göring, Goebbels, Frick en Darré bleven over.

In 1938 werd de politiek door de "Blomberg-Fritsch affaire" opgeschrikt. De minister van defensie, Blomberg, zou getrouwd zijn met een ex-prostituee. Diens beoogde opvolger, Fritsch, zou homoseksueel zijn en zich met een schandknaap hebben ingelaten. Blomberg viel en sleepte Fritsch onbedoeld mee in zijn val, waardoor een aantal kritische kopstukken in het leger op een zijspoor konden worden gezet ten gunste van personen als Keitel die de nazi's beter ter wille waren. Vanaf dit moment zou ook het leger, het laatste niet-genazificeerde instituut in Duitsland, onder NSDAP-controle vallen.

De deelstaatregeringen werden genazificeerd, machteloos gemaakt en ten slotte opgeheven. Daarentegen werd de NSDAP-indeling in Gaue belangrijker. De Gaue waren vernoemd naar de oude provincies in het Frankische rijk, gouwen. Aan het hoofd van iedere Gau stond een Gauleiter, die aan het hoofd van het lokale partijapparaat stond. Met name de Gauleiters in de na 1939 toegevoegde oostelijke gebieden (o.a. Wartheland en Danzig) konden een grote macht opbouwen.

De alleenheerschappij en willekeur van Hitler vierde hoogtij. Goede voorbeelden hiervan waren de Kristallnacht, de Reichskulturkammer waarin alleen kunst werd toegestaan die naar de smaak van Hitler was en de boekenverbranding van "geschriften van Duitse volksvijanden". Deze alleenheerschappij duurde tot de capitulatie van Duitsland in 1945.

[bewerk] Na 1945

De Tweede Wereldoorlog bracht uiteindelijk de volledige vernietiging van de Duitse staat. Door de vereenzelviging van de NSDAP hiermee, betekende dit ook de vernietiging van de NSDAP. Hogere partijfunctionarissen pleegden zelfmoord, vochten zich dood, vluchtten of werden gearresteerd. De lagere- en middenkaders van de partij vernietigden hun partijkaart en alles wat hen met de NSDAP associeerde, en probeerden in de Duitse maatschappij te verdwijnen. De meesten is dit inderdaad gelukt, en ook een aantal voormalige oorlogsmidadigers wisten soms zelfs tot hun dood arrestatie en berechting te ontkomen, soms zelfs in gerespecteerde functies.

De overblijvende kopstukken, onder andere de Flensburgregering, voelden zich niet meer geroepen een verloren oorlog te blijven strijden. Door Hitlers dood zagen ze zich bovendien ontslagen van hun persoonlijke eed van trouw. In de geallieerde bezettingszones werd een proces van denazificatie in gang gezet, en de NSDAP werd tot een illegale criminele organisatie verklaard. De denazificatie ondervond weinig weerstand. Pogingen om een ondergrondse nazipartij op te richten of verzet te plegen (o.a. de Weerwolven) werden snel verijdeld of strandden door een gebrek aan steun van de bevolking. Men had, kortweg, genoeg van de NSDAP die hun land in een zinloze oorlog had gestort. Tegen de tijd dat in 1949 het politieke leven in de nieuwe Westduitse Bondsrepubliek zich hervatte, was het nazisme zo goed als verdwenen. Ook in de bezettingszone van de Sovjet-Unie, de latere DDR, verdween de NSDAP, daar de communisten en hun Russische broodheren nazi's en voormalige nazi-kopstukken te vuur en te zwaard vervolgden. Een van de verwijten van de Sovjet-Unie en Oost-Duitsland aan het westen was dat men niet zou optreden tegen voormalige nazi's of hen te zacht zou behandelen.

Na 1945 zijn er uiteraard in Duitsland ultra-nationalistische groeperingen geweest. De nationalistische Deutsche Reichspartei(DRP) mocht na de verkiezingen van 1949 vijf afgevaardigden naar de Bondsdag sturen, maar de beweging kwijnde weg. Diens opvolger, de Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD), bestaat nog steeds en wordt geleid door Udo Voigt. De partij ageert met name tegen immigratie. In de jaren '80 en '90 maakte de Republikaner opgeld, maar deze beweging is momenteel slechts op lokaal niveau vertegenwoordigd. Na de Duitse Hereniging in 1990 is er echter een groei van extreem-rechtse, extreem-nationalistische en neonazi-bewegingen te bespeuren in de voormalige DDR. Dit wordt veroorzaakt door teleurstelling in het uitblijven van de economische groei. De meeste extreem-nationalistische partijen en groeperingen spelen echter slechts een marginale rol in de Duitse samenleving, en hebben bovendien vrijwel nooit de kiesdrempel van 5 % gehaald voor vertegenwoordiging in de Bondsdag. Overigens presenteren vrijwel al deze partijen zich niet als nazistisch, en de weinigen die dit wel doen doen het in ieder geval niet openlijk. Ook nazisymbolen zoals hakenkruizen zijn in het algemeen strikt taboe.

In het herenigde Duitsland is het gebruik van nazisymbolen en -propaganda (evenals in Oostenrijk) nog steeds verboden en strafbaar. Hieronder vallen onder andere het afbeelden van hakenkruizen en SS-tekens (tenzij in historische context), het brengen van de Hitlergroet, het ten gehore brengen van nazi-marsmuziek (tenzij in historische context), het verheerlijken van het nationaal-socialisme en Hitler, en het ontkennen van de Holocaust.

[bewerk] Nederland

De Nederlandse zusterpartij was de NSB onder leiding van Anton Mussert, die haar partijprogramma grotendeels uit het partijprogramma van de NSDAP vertaalde. Ook de minder bekende Nationaal Socialistische Nederlandsche Arbeiders Partij kan als zusterpartij worden beschouwd.

[bewerk] Zie ook

 

system wymiany linków system wymiany linków wymiana linkami system wymiany linków tanie kredyty gotówkowe kreatyna Plaza 3 star hotel Los Angeles krynica noclegi Sejm Tyk