hulpmiddelenin andere talen |
Max Havelaar (boek)Max Havelaar, of De koffieveilingen der Nederlandse Handelmaatschappij[1] (ook wel de Max Havelaar genoemd) is een boek van Eduard Douwes Dekker, alias Multatuli, geschreven in 1859 in Brussel. Het is een van de belangrijkste werken uit de Nederlandse literatuur. Max Havelaar is ook de naam van de hoofdpersoon uit het boek. Het boek werd in 1976 verfilmd.
[bewerk] De Max Havelaar[bewerk] ThematiekMultatuli schreef Max Havelaar als een aanklacht tegen het misbruik van het Cultuurstelsel, tegen herendiensten, en tegen plichtsverzuim door Nederlandse ambtenaren in Nederlands-Indië. Tot zijn frustratie werd het werk als zodanig niet serieus genoeg genomen. Het maakte van Multatuli echter meteen een bekend schrijver. [bewerk] MottoAls "motto" fungeert een Onuitgegeven toneelspel waarin Lothario - hoewel onschuldig - veroordeeld wordt tot ophanging omdat hij schuldig is aan eigenwaan. Met dit motto verwees Dekker naar die lieden die hem zullen verwijten zelfingenomen te zijn nu hij zich in de Max Havelaar vrij pleitte van schuld. De naam Lothario is door Dekker ontleend aan Goethe's Wilhelm Meisters Lehrjahre, terwijl de veroordeling op grond van hoogmoed is ontleend aan Nathan der Weise van Lessing. In de laatste zin van het toneelspel verwijst Dekker naar dit drama. De uitdrukking Barbertje moet hangen vindt zijn oorsprong in dit toneelspel. Het is niet duidelijk waarom de verwisseling van Lothario en Barbertje heeft plaatsgevonden. [bewerk] StructuurMax Havelaar is een kaderverhaal of raamvertelling, opgebouwd uit vier delen (A, B, C en D). In A wordt het verhaal verteld door Droogstoppel, het prototype van een benepen, gierig man zonder een greintje fantasie, die erg ingenomen is met zichzelf. Droogstoppel ontmoet na vele jaren een voormalige klasgenoot, Sjaalman (een alter ego van Multatuli), die hem vraagt een manuscript uit te geven. Droogstoppel laat dat werk doen door de Duitse stagiair Ernest Stern. B is het verhaal van het manuscript, geschreven door Stern. Dit verhaal volgt in grote lijnen de werkelijke belevenissen van Max Havelaar (zoals Multatuli hier wordt genoemd) als assistent-resident in Nederlands-Indië. Dit deel is op zich weer een kaderverhaal, want in een aantal hoofdstukken vertelt Havelaar zijn voorgeschiedenis, onder andere op Sumatra. Hij vertelt er ook de parabel van de Japanse steenhouwer, oorspronkelijk van Wolter van Hoëvell (1812-1879). Die wenst zich niet te schikken in zijn nederig lot, en krijgt de kans via een aantal identiteitswisselingen steeds hogerop te komen. Hij verandert zelfs in de regen, en in de rots waarin hij had gehakt — "doch tevreden was hij niet". Ten slotte keert hij terug in zijn oude beroep. Het is een verhaal met een moraal (een subtekst waaruit de lezer een les kan trekken); ambitie maakt ongelukkig, tevredenheid is beter dan verlangen. In C wordt het beroemde verhaal van Saïdjah en Adinda verteld. Het gaat hier om de avonturen van een onderdrukte Javaan. Dit verhaal, dat lezers vanaf de verschijning van het boek sterk heeft aangesproken, is een felle aanklacht tegen de uitbuiting van de Javanen, de uitzichtloosheid van het volk en het werkeloos toezien van de autoriteiten. Dekker vergelijkt het verhaal met de hut van oom Tom: een gefantaseerde roman met de belevenissen van onderdrukte personen, wat veel meer indruk maakt dan een waarheidsgetrouwe, maar droge beschrijving van de onderdrukkingen. In D neemt Eduard Douwes Dekker, met het pseudoniem Multatuli, zelf het woord. Hij bedankt Stern vriendelijk voor zijn schrijfwerk. Hij scheldt Droogstoppel uit (ellendig product van vuile geldzucht en Godslasterlijke femelarij) en beveelt hem te verdwijnen. Nu komt een aanklacht tegen de beschreven corruptie en de reden waarom het boek geschreven werd. Uiteindelijk schrijft Multatuli een opdracht aan het staatshoofd, koning Willem III. Hij waarschuwt de koning voor wat er in zijn naam gebeurt in het rijk van Insulinde, de "gordel van smaragd". [bewerk] Eerste zin en laatste appèlDe eerste zin uit de Max Havelaar is een van de bekendste uit Multatuli's gehele oeuvre geworden:
Deze "ik" is Batavus Droogstoppel, en het is geen toeval dat het boek met het woord "ik" begint. Droogstoppel staat voor het egoïstische type zakenman dat alles op zichzelf en op eigen gewin betrekt, en niet in staat is buiten de eigen enge denkkaders te treden. Het boek besluit met een indringend appel, waarin Multatuli nog eenmaal zijn vermogens tentoonspreidt, zowel retorisch als typografisch:
[bewerk] UitgeefgeschiedenisMultatuli verkocht het manuscript aan de Amsterdamse advocaat en schrijver Jacob van Lennep om het te laten uitgeven. Terwijl Multatuli het boek had bedoeld als een aanklacht voor de massa, maakte Van Lennep er een dure editie van, waarin hij bovendien de politieke boodschap afzwakte door plaatsnamen en jaartallen door puntjes te vervangen; tot woede van de schrijver die echter een proces tegen deze verminking van zijn boek in 1861 verloor. Van Lennep veranderde een aantal gedichten omdat hij vond dat 'ij' niet op 'ei' rijmt (Dekker noemde dat kinderachtig) en hij verwijderde een aantal delen, zoals de vragen die Frits stelde over de Bijbel. Pas in 1875 kreeg Dekker de gelegenheid een drukproef te corrigeren en noten toe te voegen, maar de meeste veranderingen van Van Lennep werden door Dekker, die het oorspronkelijke manuscript niet bij de hand had, waarschijnlijk niet opgemerkt. Een getrouwe uitgave van het manuscript verscheen pas in 1950, maar desondanks treft men tot op heden in de boekwinkels meestal de versie van 1875 aan, dat is dus grotendeels de versie van Van Lennep met correcties van Dekker. In Nederland heeft het boek herdruk op herdruk beleefd. Anders dan veel ander 19e-eeuws literair werk is het nog steeds in druk. Het verhaal van Saïdjah en Adinda is in een aantal losse uitgaven verschenen; ook andere fragmenten zijn wel apart uitgebracht, zoals Havelaars "Toespraak tot de hoofden van Lebak". Later is de Max Havelaar in meer dan 140 talen uitgegeven. De verfilming (Fons Rademakers, 1976) heeft het boek ook in Indonesië faam bezorgd. [bewerk] KeurmerkDe Zwitserse stichting "Max Havelaar" heeft haar naam ontleend aan de titel van het boek. De stichting verleent een gelijknamig keurmerk aan producten waarvan de producenten, uit derdewereldlanden, betere kansen op de internationale markt krijgen. [bewerk] TriviaEen van de eerste recensies van het boek van Multatuli was van zijn tijdgenoot, lid van de tweede kamer, lid van de Raad van State, en oprichter en redacteur van het Tijdschrift voor Nederlands Indie, W.R. Baron van Hoevell:
Hij beëindigde zijn uiterst positieve bespreking met de profetische woorden: "Gij wordt gelezen, Multatuli, maar gij zult nog meer gelezen worden tot in de huizen van de kleine burgerlui, die in Nederland eene groote kracht hebben, als gij maar zorgt dat er eene goedkoope volksuitgave van uw werk komt". [bewerk] Zie ook[bewerk] Voetnoten
[bewerk] Externe links
|