hulpmiddelenin andere talen
|
KunstmestOnder kunstmest wordt doorgaans verstaan middelen van niet-biologische oorsprong die ter bemesting van gewassen worden toegevoegd. Een betere omschrijving zou echter zijn alle voedingselementen die kunstmatig gewonnen worden. Chilisalpeter is bijvoorbeeld van organische oorsprong maar wordt kunstmatig in een fabriek verwerkt en het krijgt dan ook de naam kunstmest mee. Dit in tegenstelling tot dierlijke mest (uitwerpselen van dieren en gefermenteerde resten van planten en dieren). Bijna alle kunstmesten zijn zouten en een gedeelte mag dan ook in de biologische landbouw gebruikt worden. Het zou nog beter zijn om de naam kunstmest te vergeten en over plantenvoeding te praten, het maakt voor de plant namelijk niets uit of hij stikstof vanuit een organische mest of anorganische vorm krijgt. Het element zoals de plant het opneemt is in beide gevallen gelijk en ook de uitspoeling naar het milieu is in beide gevallen gelijk.
[bewerk] GebruikDe Duitser Justus von Liebig (1803-1873) wordt beschouwd als de uitvinder en eerste gebruiker van kunstmest. Von Liebig onderzocht nauwkeurig welke elementen planten nodig hadden om te groeien. Daarna startte hij een proef met kunstmestgiften. In 1845 was zijn land een van de vruchtbaarste plekken van Duitsland geworden. Als basis voor de eerste kunstmestsoorten dienden onder andere natuurlijke afzettingen van dierenuitwerpselen: Guano (bevat chilisalpeter) van zeevogels, afgezet op eilandjes waar duizenden jaren lang zeevogels hadden gebroed en waar het door vrijwel ontbrekende regenval ook niet wegspoelde, en stikstofrijke vleermuizenuitwerpselen (bat guano) die zich, ook weer in de loop van duizenden jaren in dikke lagen in grotten ophoopt waar enorme vleermuispopulaties in wonen. (6%N + 8% P2O5) uit Peru of Argentinië. Deze natuurlijke voorraden waren al snel uitgeput. [bewerk] Hoofd- en sporen-elementenZowel dierlijke mest als kunstmest hebben tot doel de bodem aan te vullen met stoffen die voor de optimale groei van een gewas nodig zijn. Onderscheid kan gemaakt worden in hoofd- en sporen-elementen. Van de hoofdelementen wordt voor een goede groei door het gewas veel opgenomen en van de sporen-elementen een klein beetje, vandaar deze namen. Echter al deze 12 elementen zijn voor een plantgroei noodzakelijk, zonder één van deze elementen zal een plant sterven. [bewerk] HoofdelementenDe hoofdelementen zijn stikstof, fosfor, kalium, calcium, zwavel en magnesium. [bewerk] Sporen-elementenSporen-elementen zijn de metalen ijzer, zink, koper, molybdeen, borium en mangaan. [bewerk] KunstmestfabricageIn 1910 lukte het Fritz Haber als eerste om stikstof uit de lucht om te zetten in ammoniak via zogenaamde Haber-Boschproces. Ammoniak vormt de basis van de moderne stikstofmeststoffen. [bewerk] KunstmeststoffenKunstmeststoffen kunnen bestaan uit enkelvoudige meststoffen of een mengsel van elementen, de meervoudige meststoffen. Daarnaast kunnen ze in vaste of vloeibare vorm voorkomen. Een complete samengestelde meststof zou alle 12 elementen moeten bevatten voor een goede plantengroei. Tegenwoordig zijn er zeer veel langzaamwerkende (zoals Entec, Sierraform, Evergreen, e.a.) of gecontroleerd (Osmocote) vrijkomende meststoffen die minimaal uitspoelen en continu een klein beetje voeding aan de plant afgeven. Naast alle zouten is er ook nog een organisch gebonden stikstofvorm die chemisch gewonnen wordt ureumdeze wordt o.a. gebruikt als bladbemesting in de fruitteelt. In de groenteteelt onder glas wordt zeer veel op water geteeld, waarin alle benodigde meststoffen worden opgelost. Omdat sommige meststoffen reacties met elkaar kunnen aangaan en dan niet oplosbare producten geven, wordt hier gebruikgemaakt van een zogenaamde A-bak en een B-bak of van een geautomatiseerde opstelling, vanwaaruit per element vloeibare oplossingen kunstmest gegeven wordt. [bewerk] Enkelvoudige meststoffen
[bewerk] Meervoudige vaste meststoffenEnkele voorbeelden.
[bewerk] Meervoudige vloeibare meststoffenVloeibare meervoudige meststoffen worden bijvoorbeeld gebruikt voor de voeding van kamerplanten.
[bewerk] MilieuverontreinigingHet overmatig gebruik van kunstmest leidt vaak tot een verontreinigd milieu. Doordat de minerale voedingsstoffen goed oplosbaar zijn in water, komt veel voeding gedurende een korte tijd ter beschikking van planten. Een teveel aan voeding wordt uitgespoeld via het grondwater, en eindigt in vijvers en oceanen. Ter voorkoming van deze problemen wordt er in de biologische landbouw veel aan gedaan om uitspoeling van voedingsstoffen te voorkomen -- in ieder geval voorzover dat de natuurlijke uitspoeling zou overtreffen. Voor deze vorm van landbouw geeft men daarom de voorkeur aan het gebruik van organische meststoffen, bijvoorbeeld compost, dierlijke mest of groenbemesting. [bewerk] Levenloos zandIn de biologische landbouw streeft men naar het vermijden van kortstondige giften van voedingsstoffen zoals die door kunstmest worden veroorzaakt. Dit heeft tot gevolg dat de bodemvruchtbaarheid verbetert, iets waar bij het gebruik van kunstmest aan voorbijgegaan wordt, doordat de stoffen in kunstmest al voorverteerd zijn en geen dierlijke activiteit in de bodem verlangen. De gedachte achter het activeren van dit bodemleven is dat een vruchtbaarder bodem leidt tot compactere planten met een sterker wortelstelsel en meer weerstand tegen ziektes. Proeven met gecremeerde resten van biologische gewassen en gewassen uit de gebruikelijke landbouw laten zien dat in biologische gewassen meer vaste stof zit. Dit wordt verklaard uit de kortstondige voedingspiek bij gebruik van kunstmest; tijdens deze piek groeit een plant snel, maar worden langere cellen gevormd, die minder sterk zijn en dus ook gemakkelijker ten prooi kunnen vallen aan belagers. Aanhangers van biologisch voedsel beweren dan ook dat biologisch geteelde gewassen voller van smaak zijn. Van een minder vruchtbare bodem wordt tenslotte gezegd dat die minder bescherming biedt tegen ziektes die een plant vanuit de grond willen aantasten, zoals knolvoet. Zie ook Champost |