Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof (Frans: Cour constitutionelle, Duits: Verfassungsgerichtshof) is een bijzonder rechtscollege in België dat toeziet op de naleving van de grondwettelijke bevoegdheidsverdeling tussen de Staat, de gemeenschappen en de gewesten enerzijds en de naleving van de grondrechten anderzijds. Tussen 1970 en 2007 bestond het hof onder de naam "Arbitragehof" (F: Cour d'arbitrage, D: Schiedshof).

Na de staatshervorming van 1970 werden in België gemeenschappen en gewesten opgericht die zelf wetsbepalingen (decreten, ordonnanties, besluiten) konden uitvaardigen in die materies waarvoor zij bevoegd waren. Om te oordelen over eventuele bevoegdheidsoverschrijdingen die daarbij konden optreden, was er een instantie nodig om als "scheidsrechter" op te treden. Dit werd het Arbitragehof.

De oprichting van het Arbitragehof werd in 1980 in de Belgische Grondwet ingeschreven. Een wet van 28 juni 1983 stelde de samenstelling, de bevoegdheid en de werking ervan vast. Op 5 april 1985 sprak het zijn eerste arrest uit. Bij de grondwetsherziening van 1988 werd de bevoegdheid van het Arbitragehof uitgebreid tot die van een grondwettelijk hof. Op 7 mei 2007 werd de naam in die zin gewijzigd in Grondwettelijk Hof. [1] Deze naam heeft als voordeel dat hij beter aansluit bij de functie van het Hof en de verwarring met arbitrage als middel van geschillenbeslechting in het privaatrecht uitsluit.

Het Grondwettelijk Hof staat los van de wetgevende, uitvoerende of rechterlijke macht. Het heeft de bevoegdheid om wetsbepalingen nietig te verklaren indien die strijdig zijn met de grondwettelijke bevoegdheidsverdeling. Zo een vernietiging gebeurt met terugwerkende kracht, dit wil zeggen dat die bepaling dan wordt geacht nooit te hebben bestaan.

Sinds 1988 kan het Hof ook oordelen of de wetsbepalingen bepaalde principes uit de grondwet schenden. Het gaat daarbij over het gelijkheidsbeginsel, het verbod tot discriminatie, verschillende rechten en vrijheden (inzake onderwijs, privacy, arbeid, huisvesting, onderwijs, de vrijheid van meningsuiting ("vrijheid van drukpers"), ...), over wie belastingen mag invoeren en over de bescherming van vreemdelingen in België. Deze zijn te vinden in titel II van de grondwet en de artikelen 170, 172 en 191.

Een beroep tot vernietiging van een wetsbepaling kan bij het Grondwettelijk Hof ingediend worden door:

  • de federale regering en de regeringen van de gemeenschappen en gewesten;
  • de voorzitters van alle wetge­vende vergade­rin­gen, op verzoek van twee derden van hun leden;
  • iedere natuurlijke of rechtspersoon. Zij moeten echter wel aantonen dat zij persoonlijk en rechtstreeks nadeel ondervinden van de aangevochten bepaling.

Daarnaast kunnen alle rechtscolleges een prejudiciële vraag stellen aan het Grondwettelijk Hof als zij een probleem hebben met betrekking tot de schending van bevoegdheidsverdelende regels of fundamentele rechten. Zij moeten dan de uitspraak van het Hof afwachten alvorens zelf een uitspraak te doen.

Het Grondwettelijk Hof bestaat uit twaalf rechters, die voor het leven benoemd zijn: zes van de Nederlandse en zes van de Franse taalgroep. Zes van de rechters zijn oud-parlementsleden, de andere zes zijn juristen (professoren, oud-raadsheren uit het Hof van Cassatie of de Raad van State). Het Hof is gehuisvest aan het Koningsplein te Brussel.

[bewerk] Samenstelling

Dit is de huidige inrichting van het Grondwettelijk Hof:

Nederlandse taalgroep:

Franse taalgroep:

[bewerk] Referentie

  1. ^ Wet van 7 mei 2007 tot wijziging aan de Grondwet: "In artikel 142, eerste lid, van de Grondwet wordt het woord 'Arbitragehof' vervangen door de woorden 'Grondwettelijk Hof'." (Belgisch Staatsblad van 8 mei 2007 blz. 25101).

[bewerk] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:
 

SEO Tools system wymiany linków wymiana linkami tanie kredyty gotówkowe kreatyna Plaza 3 star hotel Los Angeles krynica noclegi Sejm Tyk