Franse Revolutie

Eugène Delacroix: La Liberté guidant le peuple Een zinnebeeld voor alle revoluties, hoewel het geassocieerd wordt met de Franse Revolutie van 1789, beeldt het schilderij de juli-revolutie van 1830 uit.
Eugène Delacroix: La Liberté guidant le peuple Een zinnebeeld voor alle revoluties, hoewel het geassocieerd wordt met de Franse Revolutie van 1789, beeldt het schilderij de juli-revolutie van 1830 uit.
Geschiedenis van Frankrijk

Prehistorisch Frankrijk
Keltisch Gallië
Romeins Gallië (51 v. Chr.-486)
Franken


Middeleeuwen
Merovingen (481-751)
Karolingen (751-987)
Capetingen (987-1328)
Valois (1328-1589)


Frankrijk tijdens de Renaissance
Bourbon (1589-1793)
Franse Revolutie (1789)


Frankrijk in de 19e en 20e eeuw
Eerste Republiek (1793-1804)
Eerste Keizerrijk (1804-1815)
Restauratie (1815-1830)
Julimonarchie (1830-1848)
Tweede Republiek (1848-1852)
Tweede Keizerrijk (1852-1870)
Derde Republiek (1870-1940/1946)
Vichy-regime (1940-1944)
Vierde Republiek (1946-1958)


Het hedendaagse Frankrijk
Vijfde Republiek (1958-heden)


Overige
Franse-koloniale Rijk

De Franse Revolutie was een politieke omwenteling in het laatste decennium van de 18e eeuw waarbij de Franse monarchie werd vervangen door een republiek. Constitutionele en ideologische veranderingen gingen gepaard met burgeroorlog en terreur. De macht en de privileges van adel en geestelijkheid werden teruggedrongen ten gunste van de geletterde burgerij. De onderste bevolkingslaag werd er niet beter van. De revolutie ontketende een periode van oorlog in Europa, die 23 jaar lang zou doorwoeden, want veel andere Europese regimes zagen, met reden, een bedreiging voor henzelf in deze ontwikkeling.

Als beginpunt geldt juni 1789, toen na meer dan 175 jaar de Staten-Generaal bijeen werden geroepen en op 14 juli de staatsgevangenis van Parijs, de Bastille, werd bestormd. Als einde van de revolutie beschouwt men de staatsgreep op de '18e Brumaire' in 1799 van Napoleon Bonaparte.

Soms wordt de naam "Franse Revolutie" ook gebruikt voor een langere periode, waarbij de napoleontische tijd (1799-1815) wordt inbegrepen. Na Napoleons nederlaag in de Slag bij Waterloo in 1815 kwam het koningshuis weer aan de macht in Frankrijk (de Restauratie). De Franse Revolutie heeft echter blijvende sporen nagelaten, zowel in Frankrijk als in Europa.

Inhoud

[bewerk] Oorzaken van de Franse Revolutie

Het Ancien Régime1 had zichzelf gedurende de 18e eeuw steeds verder uitgehold en implodeerde uiteindelijk tijdens verwoede pogingen alsnog, maar al lang te laat, hervormingen door te voeren.

De voornaamste grieven van de verschillende standen waren:

  1. Op sociaal gebied hadden de klassentegenstellingen zich zonder ophouden verscherpt. De burgerij verwierp de vele privileges van de adel en de hogere geestelijkheid; de boeren verzetten zich tegen de feodale rechten, tegen de tienden en andere heffingen ten voordele van de grootgrondbezitters. Anderzijds eisten vele geprivilegieerden in onbruik geraakte rechten terug.
  2. Ondanks de economische groei van de 18de eeuw bleven bevoorradingscrises en de voortdurende stijging van de voedselprijzen het dagelijks leven van de gewone man domineren. Noch de plattelanders (die 85% van de bevolking uitmaakten) noch de stedelijke ambachtslui en arbeiders zagen hun situatie verbeteren.
  3. Ondertussen had een nieuwe filosofische stroming sinds het midden van de 18de eeuw Frankrijk veroverd. De Verlichting stelde de rationaliteit van de gedachte tegenover de autoriteit van de traditie. Uit de "ideeënstroom" die met deze beweging gepaard ging werd een gepopulariseerde 'revolutionaire' ideologie geboren. De overtuiging dat iets moest veranderen, drong tot steeds bredere kringen door.
  4. De ultieme aanleiding was het financiële bankroet van de Staat vanaf 1787. De opeenvolgende koninklijke ministers bedachten steeds krampachtiger oplossingen. Bekwame staatslieden als Jacques Necker en Calonne waren machteloos. Een fiscale hervorming die de tot dan vrijgestelde klassen - adel en geestelijkheid - zou doen bijdragen in de kosten van de Staat werd onrealiseerbaar geacht.

[bewerk] Directe aanleidingen tot de Revolutie:

De begroting was niet in evenwicht
De staat had 502 miljoen livres aan inkomsten en 630 miljoen livres aan uitgaven. Dit leidde tot grote schulden. Door de rentepercentages werden deze schulden bovendien steeds groter. De bevolking leed door deze financiële wantoestanden veel honger, maar tijdens de hongersnoden was er niet genoeg energie om aan een opstand te denken. De mensen hadden het te druk met het zichzelf in leven houden. Pas na de hongersnood konden de mensen nadenken waarom er een hongersnood was en werd de schuld gelegd bij de regering. Dit was de aanleiding tot een opstand. Een concreet voorbeeld is de hongersnood in 1788, waarbij de graanprijzen enorm stegen; vooral de toch al arme mensen (het merendeel van de derde stand) kregen het zwaar te verduren. Pas in 1789 daalden de graanprijzen weer en ging de levensstandaard omhoog. Dit was dan ook het jaar van de opstand.
Absolutisme
Veel mensen waren het niet eens met het absolutisme, dat gebaseerd was op het "Droit Divin" (goddelijk recht). De Koning werd gezalfd door God, en was uitsluitend aan God verantwoording schuldig. Ze vonden dat het volk ook mocht meedenken over de beslissingen. Velen vonden bijvoorbeeld dat de koning alleen een uitvoerende macht mocht hebben en dat volksvertegenwoordigers de wetgevende en rechtsprekende macht moesten hebben. Dat vond Charles Montesquieu bijvoorbeeld ook.
Standen
Veel mensen vonden dat de standen moesten verdwijnen. Alle mensen moesten gelijk zijn. Een boer moest gelijk zijn aan een edelman, want een edelman heeft geen grotere maag dan een boer. De meester heeft geen grotere en sterkere armen dan zijn knecht. Dus waarom zou hij meer waard zijn dan de armen. Mensen vonden het oneerlijk dat alleen de derde stand belasting moest betalen. Ze vonden het ook oneerlijk dat de derde stand 10% van het loon aan de kerk af moest staan. Ze vonden het oneerlijk dat alleen zij moesten betalen en dat zij eigenlijk amper rechten hadden. Boeren moesten bijvoorbeeld gratis een deel van hun tijd op het land van de edelman werken. Omdat zij belasting betaalden en loonheffing aan de kerk moesten geven wilde de derde stand ook mee kunnen praten en meebesturen in de regering.
Het Koninklijk gezin
De ontevredenheid onder de bevolking groeide met de wetenschap dat de koning en zijn vrouw zo veel uitgaven aan paleizen, cadeautjes, eigen voorzieningen (bijvoorbeeld het boerendorp van Marie-Antoinette) alsof er niets aan de hand was. Het bekende gezegde van de koningin "Le peuple n'a pas de pain? Qu'il mange de la brioche!" is historisch zeer twijfelachtig, maar was campagnevoer voor de revolutionairen. 2

[bewerk] Verloop van de Revolutie

[bewerk] De Assemblée nationale

In juni 1789 roept de derde stand zich uit tot de Assemblée Nationale. Daarop laat koning Lodewijk XVI op verzoek van zijn vrouw, Marie-Antoinette, de vergaderzaal sluiten. Er wordt uitgeweken naar de kaatsbaan. Hier wordt de Eed op de Kaatsbaan gezworen, waarin verklaard wordt niet uit elkaar te zullen gaan tot het land een grondwet zal hebben. Adel en geestelijkheid sluiten zich aan bij de Nationale Assemblée, op één persoon na. Ze wisten niet dat dit de start was van de Franse revolutie en het einde van het Ancien Régime.

[bewerk] Bestorming van de Bastille

Jean-Pierre Louis Laurent Houel: De bestorming van de Bastille
Jean-Pierre Louis Laurent Houel: De bestorming van de Bastille

Er ontstaat echter - vooral bij de gewone bevolking van Parijs - wantrouwen ten opzichte van de koning en de aristocratie. Wanneer blijkt dat troepen rondom Parijs worden verzameld en bovendien de koning de populaire minister Necker heeft ontslagen, breken rellen uit. Het volk voelt zich niet langer gesteund door de burgerij en neemt de leiding van de gebeurtenissen in handen. Op 14 juli 1789 wordt de Bastille gevangenis bestormd. Deze burcht was een teken van de macht van de koning en de revolutie ging er om dat de gewone patriciër evenveel rechten zou moeten hebben als de koning. De burcht was voor de burgers een teken van onderdrukking De opstand breidt zich uit naar het platteland waar de bevolking de eigendommen van de aristocratie aanvalt.

[bewerk] Afschaffing van het feodale systeem

Vanaf juli 1789 wordt de grondwet in commissies voorbereid. Op 4 augustus 1789 stemt de Assemblée voor de afschaffing van de privileges. Op 26 augustus 1789 is er de Déclaration des Droits de l’Homme et des Citoyens als de emanatie van de nieuwe wereldbeschouwing3. De 17 artikelen behandelen ieder aspect van de nieuwe staatsopvatting.

[bewerk] De vorming van de fracties

In de Assemblée ontstaat een opsplitsing in fracties. Rechts wordt vertegenwoordigd door de aristocraten. Zij verdedigen de belangen van de geprivilegieerden. Links staan de democraten of Jacobijnen met onder meer Robespierre; zij eisen algemeen stemrecht (voor mannen). Het centrum vormt de grootste groep, het zijn de monarchisten. Zij aanvaarden de afschaffing van de privileges maar zijn koningsgezind.

[bewerk] Nationalisatie van de kerkelijke eigendommen

Hoewel de Assemblée bijeengeroepen was om een oplossing te vinden voor de benarde financiële situatie van het land heeft ze tot nu geen stappen daartoe ondernomen. De tekorten zijn alleen erger geworden. Bij de wet van 2 november 1789 wordt beslag gelegd op de kerkelijke goederen. De geestelijken worden ambtenaren en moeten een eed van trouw afleggen. De kloostergeloften worden afgeschaft. De geestelijken worden ingedeeld bij de "constitutionnels" of bij de "réfractaires" naargelang ze al dan niet trouw zwoeren. Er waren ook nog de Girondijnen, de Montagnards, de Feuillants, de Cordeliers en de Hébertisten.

[bewerk] Vlucht van Lodewijk XVI

De koning en de koninklijke familie proberen op 20 juni 1791 het land uit te vluchten maar worden ontdekt op 21 juni in Varennes. Het gezelschap wordt terug naar Parijs gebracht. De meerderheid van de Assemblée blijft de koning trouw.

[bewerk] Wet Le Chapelier

Samen met de vlucht van de koning op 20 juni 1791 werd de Wet Le Chapelier afgekondigd. Deze in de economische wet zal later geradicaliseerd naar de hele bevolking. De wet zorgde binnen de Franse Revolutie vooral voor het afschaffen van de ambachten.

[bewerk] De grondwet van 1791

Op 3 september 1791 wordt de grondwet definitief door stemming goedgekeurd. De Koning krijgt de uitvoerende macht. Het koninklijk handelen wordt evenwel gedekt door de ministers. De wetgevende macht komt toe aan de Assemblée Nationale Législative. Deze Assemblée vormt het machtscentrum van de nieuwe maatschappij. Deze maatschappij is er duidelijk een van rijke burgers. De evidentie waarmee dit uit de wetteksten is op te maken, de talloze compromissen en de bescherming van de koning zijn oorzaak van een diepe kloof tussen de Assemblée en de publieke opinie. Er ontstaat een buitenparlementaire oppositie. In de Assemblée wordt de rechterzijde nu bevolkt door de "Feuillants" die gehecht blijven aan de constitutionele monarchie. Links bestaat uit de "Jacobijnen" die elk compromis met het 'ancien regime' uitsluiten. Daartussenin bevindt zich een grote groep weifelende afgevaardigden die deze of gene beslissing steunen afhankelijk van de politieke situatie of hun interpretatie ervan.

[bewerk] Oorlog

Zie Eerste Coalitieoorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 20 april 1792 verklaart de Assemblée op aanzetten van de koning de oorlog aan Oostenrijk en zijn bondgenoten. Het nieuws over de ongelukkige afloop van de confrontaties doet het revolutionaire enthousiasme weer oplaaien.

Louis-Léopold Boilly: Schilderij van een sansculotte
Louis-Léopold Boilly: Schilderij van een sansculotte
George Cruikshank: Spotprent op de Franse revolutie
George Cruikshank: Spotprent op de Franse revolutie

[bewerk] Einde van de monarchie

In augustus 1792 stemt de Assemblée voor haar ontbinding en de verkiezing van een Nationale Conventie. Een van de eerste bestuursdaden van de Nationale Conventie is het afschaffen van het koningschap op 21 september 1792. Dit wordt het jaar I van de republiek. De Franse Republikeinse Kalender wordt ingevoerd en de maanden van het jaar krijgen een nieuwe benaming.

De radicalen krijgen de benaming Montagnards, de gematigden worden Girondijnen genoemd. Tussen hen bevindt zich weer een grote groep 'onafhankelijke' afgevaardigden.

Op 14 januari 1793 veroordelen 387 afgevaardigden (tegen 334) Lodewijk XVI, nu gewoon "burger Louis Capet", tot de doodstraf. Op 21 januari valt zijn hoofd onder de guillotine. Niet veel later wordt ook zijn vrouw Marie Antoinette onthoofd.

[bewerk] Het Schrikbewind

Zie Terreur (Franse Revolutie) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1793 breekt rebellie uit tegen de republiek en tegen de Revolutie. Aan de basis hiervan liggen onder meer de verplichte rekrutering van soldaten (op 23 augustus 1793 genoemd de de levée en masse) onder de boerenbevolking en de economische crisis met werkloosheid en prijsstijgingen. De Girondijnen verliezen invloed mede door de verliezen in de oorlog met Oostenrijk, een oorlog die zij steunden. De Montagnards en de Sansculotten gaan samen en krijgen het roer in handen in de Conventie. Er komt een nieuwe grondwet. De Conventie legt de macht in handen van het Comité de Salut Public. De gematigden worden geweerd en vervangen door radicale Montagnards. Hierna volgt de periode van het Schrikbewind (de Terreur). Tegenstanders van de revolutie en gematigden worden veroordeeld tot de doodstraf door de guillotine. Maximilien de Robespierre speelt in deze periode een grote rol. Onder zijn leiding wordt de Terreur met groot succes een staatsdoctrine.

[bewerk] Thermidor

De Franse bevolking revolteert tegen de excessen van het Terreurregime. Dit staat bekend als de Thermidor-reactie verwijzend naar de nieuwe maandbenaming Thermidor. Op 27 juli 1794 worden Robespierre en verschillende andere leidende figuren van het Comité de Salut Public gearresteerd en later terechtgesteld. De rol van de Montagnards is uitgespeeld. De leidende posities worden nu ingenomen door de republikeinse, gegoede burgerij. Zij komen niet terug op de antifeodale maatregelen, zijn overtuigd antiroyalisten en voorstanders van het economisch liberalisme. Een nieuwe grondwet wordt aangenomen op 17 augustus 1795. De burgerij in Frankrijk verwerft, dankzij de inflatie, voor spotprijzen de goederen van de clerus (zwart goed) en de uitgeweken adel en versterkt daardoor haar economische positie en wint aan maatschappelijk aanzien.

[bewerk] Het Directoire

De nieuwe grondwet installeert het Directoire en creëert het eerste tweekamerstelsel in Frankrijk. Dit parlement bestaat uit 500 afgevaardigden, de "Raad van Vijf Honderd" en 250 senatoren, de "Conseil des Anciens". Het nieuwe regime heeft af te rekenen met zowel royalisten als overgebleven Jacobijnen. Het leger wordt ingezet om rellen en contrarevolutionaire activiteiten te onderdrukken. De macht van de succesvolle generaal Napoleon Bonaparte groeit. Een communistische samenzwering onder Babeuf, die de algemene dienstplicht en de gelijkstelling van arm en rijk eist en particulier eigendom van de grond verwerpt, wordt onderdrukt. Babeuf wordt in 1797 terechtgesteld.

[bewerk] Herdenking in Frankrijk

De Champs-Elysées op de nationale feestdag, Quatorze Juillet (14 juli)
De Champs-Elysées op de nationale feestdag, Quatorze Juillet (14 juli)

Sinds 1880 is 14 juli, de Quatorze Juillet, de nationale feestdag van Frankrijk. Op deze dag worden twee historische momenten herdacht, namelijk 14 juli 1789 en 14 juli 1790. Op 14 juli 1789 werd de Bastille-gevangenis door het volk bestormd en werden de opgesloten gevangenen bevrijd. Op 14 juli 1790 werd ter gelegenheid van de eerste verjaardag op het Champ-de-Mars te Parijs het fête des fédérées (feest van de verzoening en eenheid van Frankrijk) gevierd.

[bewerk] Voetnoten

1 Het Ancien Régime kan als een Europees verschijnsel worden gezien maar is in deze context enkel gebruikt voor Frankrijk.

2 Houd in gedachten dat koningin Marie-Antoinette wel vaker de dupe was van roddels.

3 Verklaring van de rechten van de mens en van de burger, misschien eerder te vertalen als Verklaring van de rechten van de man en van de burger (de nieuwe wereldbeschouwing was eerder misogyn).

[bewerk] Bibliografie

Ploetz, Karl. Aula wereldgeschiedenis in jaartallen, deel 3, Uitg. Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen,1980, ISBN 9027454310

[bewerk] Zie ook

 

system wymiany linków SEO Tools wymiana linkami SEO Tools kreatyna Gry Online Plaza 3 star hotel Los Angeles krynica noclegi Kredyty odnawialne