|
|
DegelpersEen degelpers is een drukpers die volgens het hoogdruk-principe werkt. Hierbij worden alleen de hoogst gelegen gedeelten van de drukvorm met inkt ingerold en afgedrukt. De drukvorm kan bestaan uit loden of houten letters, lijnen en/of afbeeldingen. Een afbeelding kan een cliché, houtsnede, linosnede zijn. De drukvorm wordt in de degelpers geplaatst. De schijf van de pers wordt van inkt voorzien. Daarna wordt de drukvorm beïnkt. Het te bedrukken materiaal, meestal papier, wordt op de degel (een vlakke plaat) gelegd. Hiermee wordt druk op de drukvorm uitgeoefend, waardoor de afbeelding wordt overgezet op het te bedrukken materiaal. In de vijftiende eeuw worden degelpersen met de hand bediend; zowel het ininkten, in- en uitleggen van papier en het uitoefenen van de druk wordt met de hand gedaan. Men spreekt dan ook wel van een handpers. De druk wordt verkregen met behulp van een schroef, waarbij de degel wordt aangedraaid. Bij latere degelpersen wordt de druk met behulp van een boom met scharnier uitgeoefend: de kniehevelpers. Vervolgens zijn degelpersen ontwikkeld die aangedreven worden met een hefboom die met de hand bediend wordt, of met een voetpedaal (de trapdegel). Ook zijn degels met elektromotoren uitgerust. Bij deze persen legt de drukker het te bedrukken materiaal met de hand in en uit. Degelpersen werden meestal en worden nog wel gebruikt voor het vervaardigen van familiedrukwerk zoals geboorte-, huwelijks- en overlijdenskaarten, visitekaartjes, enveloppen en korte circulaires. Door het relatief kleine oplagebereik van de degelpers, de opkomst van de offset en digitalisering in de grafische wereld is de degelpers grotendeels in onbruik geraakt. Degelpersen zijn nog vaak te bewonderen in musea, zoals in het Plantin-Moretus museum in Antwerpen. en in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem. |