hulpmiddelen |
ConsumptieHet begrip consumptie heeft enkele verwante, maar toch duidelijk te onderscheiden betekenissen:
[bewerk] Twee begrippen
Deze vijf betekenissen zijn verwant en lopen soms in elkaar over. Meestal is uit de context wel duidelijk welke betekenis bedoeld wordt. In plaats van consumptie gebruikt men ook wel de term 'verbruik'. [bewerk] Wat zijn consumptiegoederen?Consumptiegoederen zijn al die goederen die door consumenten worden gekocht, om in hun behoeften te voorzien. Het kunnen behalve goederen in eigenlijke zin ook diensten zijn. Het kan gaan om allerlei soorten goederen en diensten zoals kleding, voeding, vakanties, technische apparatuur, verzekeringen, brandstof, enzovoort. Er is sprake van behoeftebevrediging door consumptie oftewel van het nut van consumptiegoederen, onafhankelijk van de vraag of iedereen (of de meerderheid van de bevolking) een goed als nuttig ervaart. Nut is een subjectief begrip. Wat voor de een nuttig is, is voor de ander luxe, of verspilling, of zelfs een doodzonde. Ook vermeende nuttigheid (bijvoorbeeld het gebruik van placebo's als medicijn) wordt aangeduid als behoeftebevrediging. [bewerk] IndelingConsumptiegoederen kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld. Allereerst in:
Consumptiegoederen worden ook wel ingedeeld als volgt:
Bij de laatste indeling doet zich het probleem voor dat, wat men in een bepaalde tijd of op een bepaalde plaats luxe vindt, in een andere tijd, of op een andere plaats tot de eerste levensbehoeften wordt gerekend. [bewerk] Consumptie in economische zinIn de economische wetenschap verstaat men onder consumptie:
Strikt genomen interesseert het een econoom niet of iemand de goederen en diensten die hij of zij koopt ook daadwerkelijk gebruikt. Uitsluitend de daad van het kopen is economisch van belang. Vooral in het macro-economische begrip consumptie (de omvang van de consumptieve bestedingen) komt dit tot uitdrukking: daar worden de consumptieve bestedingen van alle consumenten in een bepaald gebied over een bepaalde periode geaggregeerd (bij elkaar opgeteld) in geldtermen. De uitgaven aan brood en aardappelen worden opgeteld bij het bezoek aan de schouwburg. Het totaalbedrag heet consumptie. In de economische wetenschap spreekt men veelal van de economische kringloop om de kringloop van consumptie en productie aan te duiden. De consument kan met zijn inkomen in principe twee dingen doen: het uitgeven (aan consumptiegoederen) of sparen. De meeste consumenten sparen om in de toekomst (bijvoorbeeld na hun pensionering) uitgaven te kunnen doen, of om bepaalde duurzame consumptiegoederen te kunnen aanschaffen (bijvoorbeeld een huis). Sparen is dus zo beschouwd een vorm van uitstel van consumptie. De verhouding tussen het deel van het inkomen dat besteed wordt aan consumptie en het deel dat gespaard wordt is afhankelijk van een groot aantal factoren: bijvoorbeeld hoe de consument huidige t.o.v. toekomstige consumptie waardeert, welke verwachtingen hij omtrent de (nabije) toekomst heeft - met name t.a.v. zijn inkomen - en de hoogte van de rente. In het algemeen wordt het uitgavenpatroon van de consument in belangrijke mate beïnvloed door de hoogte van zijn of haar inkomen. De relatie tussen de hoogte van het inkomen en de bestedingen wordt onderzocht met behulp van Engelcurven en inkomenselasticiteiten. [bewerk] Gebruikswaarde (en ruilwaarde)De klassieke politieke economie maakt een veel duidelijker onderscheid tussen de ruil van goederen (voor geld) en de functie van het goed om menselijke behoeften te bevredigen. In de moderne economische wetenschap is dit onderscheid, zoals hiervoor is opgemerkt naar de achtergrond verdwenen. Het onderscheid tussen gebruikswaarde en ruilwaarde is bijvoorbeeld heel prominent aanwezig in de marxistische waardetheorie. In de laat-negentiende eeuwse subjectivistische stromingen van de economie werd het onderscheid tussen gebruikswaarde en ruilwaarde ook nog duidelijk gemaakt. |