Communistische Partij van Nederland

Communisme


Stromingen

Marxisme
Leninisme
Stalinisme
Maoïsme
Trotskisme
Radencommunisme
Eurocommunisme
Anarchocommunisme
Titoïsme
Juche

Personen

Marx · Engels
Lenin · Trotski
Gorbatsjov · Stalin
Luxemburg · Liebknecht
Gramsci · Pannekoek
Mao · Tito
Castro · Guevara
Ceauşescu

Landen

Sovjet-Unie
Albanië · Joegoslavië
Volksrepubliek China
Oostblok
Cuba · Vietnam
Laos · Cambodja
Noord-Korea

Verwante onderwerpen

Socialisme
Kapitalisme
Anticommunisme
Russische Revolutie
Democratisch centralisme
Comintern
Koude Oorlog

De Communistische Partij van Nederland (CPN) was een Nederlandse politieke partij die in 1909 werd opgericht als Sociaal-Democratische Partij (SDP) en in 1991 opging in GroenLinks. De partij vertegenwoordigde de hoofdstroom van het communisme (marxisme-leninisme) binnen het Nederlandse politieke bestel.

De CPN zag de onderdrukking van de arbeidersklasse als een gevolg van het kapitalisme. Ze streefde naar afschaffing van het koningschap ten gunste van een republiek, gelijke rechten voor vrouwen en mannen, zeer ingrijpende wetgeving op het gebied van arbeid en tal van andere sociale veranderingen.

Inhoud

[bewerk] Geschiedenis

De geschiedenis van de CPN begint in 1909 met een scheuring in de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Deze partij had twee stromingen, een reformistisch/revisionistische en een orthodox-marxistische. De marxisten, gegroepeerd rond het tijdschrift De Tribune, werden op het Deventer Congres in februari 1909 uit de SDAP gezet en gingen door als de Sociaal-Democratische Partij (SDP). Oprichters waren onder anderen David Wijnkoop, Willem van Ravesteyn, Jan Cornelis Ceton en Herman Gorter. De Tribune werd het partijorgaan. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1918, de eerste verkiezingen met algemeen kiesrecht, slaagde de SDP erin om twee van de honderd zetels in het parlement te bemachtigen. In het parlement vormden de SDP'ers met de eenmansfracties van SP en BCS de Revolutionaire Kamerclub. In 1919 verkregen de communisten een derde zetel door de overstap van BCS-Kamerlid Willy Kruyt.

In november 1918 werd de naam veranderd in Communistische Partij Holland (CPH), in navolging van de Bolsjewieken die na de Russische Revolutie de benaming 'sociaaldemocratisch' inruilden voor de oudere term 'communistisch' om aansluiting te vinden bij de revolutionaire traditie van het midden van de 19e eeuw. De naamswijziging was een vereiste voor het lidmaatschap van de Comintern, dat de Nederlandse communisten in 1919 verkregen. In 1935 werd de naam veranderd in Communistische Partij Nederland (CPN).

Mede door de vele scheuringen en royementen (zie bijv. RSP), behaalde de partij vóór de Tweede Wereldoorlog weinig successen. In 1929 deed de CPH met twee verschillende lijsten mee aan de verkiezingen, en haalde zo twee zetels. Onder druk van de Sovjet-Unie werd hierna de eenheid in de partij hersteld, de naam werd veranderd in Communistische Partij van Nederland. Tijdens de Tweede-Kamerverkiezingen van 1933 behaalde de partij het grootste vooroorlogse succes, met vier van de honderd zetels in de Tweede Kamer. In 1937 ging weer één hiervan verloren.

Zie ook: Een overzicht van alle (voormalige) Tweede Kamerleden van de CPH.


Omdat gedurende de Tweede Wereldoorlog alle bestanden vernietigd zijn, zijn de vooroorlogse ledenaantallen niet bekend. Omdat echter de Duitse Gestapo de CPN in samenwerking met de Nederlandse inlichtingendiensten scherp in de gaten hield, weten we uit Duitse bron dat op 31 oktober 1937 het ledenaantal 10.852 bedroeg. Dit aantal is na het Molotov-Ribbentroppact van 23 augustus 1939 drastisch teruggelopen tot rond de 9000.

[bewerk] Tweede Wereldoorlog

Na de op de Duitse inval volgende capitulatie werd de partij door de bezetter verboden. De partij was echter al vóór de oorlog voorbereid op een eventuele vlucht in de illegaliteit. De activiteiten werden dan ook na korte tijd voortgezet. Al op de dag van de capitulatie, 15 mei 1940, werd in een vergadering van het partijbestuur in het partijgebouw Parlando aan het Frederiksplein in Amsterdam besloten een illegale organisatie op te bouwen. Daarmee was de CPN de eerste verzetsorganisatie van Nederland.

In het begin van de oorlog werd de partijtop gevormd door Paul de Groot, Lou Jansen en Jan Dieters. Vooroorlogse bekende kaderleden namen in eerste instantie niet aan het illegale werk deel; dat werd te gevaarlijk geacht. Het nieuwe illegale kader ging bestaan uit ongeveer 2000 mensen, per district in cellen georganiseerd. In november 1940 werd het partijblad De Waarheid opgericht; A.J. Koejemans was de eerste hoofdredacteur. Het was niet het vroegste illegale blad; in Den Haag was al twee weken eerder een ander tijdschrift uitgebracht, De Vonk. Op de stencilapparaten van De Waarheid werd in 1941 de oproep voor de Februaristaking gedrukt.

In het eerste jaar was het beleid van de illegale CPN fel gekant zowel tegen de Duitse bezetter als tegen het "imperialistische Westen" inclusief het Huis van Oranje; dat veranderde na de Duitse aanval op Sovjet-Rusland in juni 1941. De verzetsactiviteiten richtten zich behalve op het verspreiden van krant en pamfletten vooral op sabotage. Met dat laatste werden Jan van Gilse en Gerben Wagenaar belast; zij richtten het zogeheten Militair Comité (MC) op, dat landelijk aanslagen ging plegen op spoorwegen, fabrieken en dergelijke. Een aparte groep onder leiding van Daan Goulooze bedreef spionage ten behoeve van de Sovjet-Unie.

De illegale CPN werd ongemeen fel vervolgd. De Duitsers en de politie konden de actieve CPN-leden betrekkelijk makkelijk opsporen doordat de Nederlandse regionale inlichtingendiensten meteen na de Nederlandse capitulatie hun vooroorlogse infiltranten in de partij ook voor de Sicherheitsdienst inzetten. Zo heeft de infiltrant Van Soolingen, actief sinds 1923 en tot maart 1945, in Den Haag honderden mensen laten arresteren, waarvan er minstens 130 om het leven zijn gekomen. Het gevolg van de vervolging was dat halverwege 1942 de helft van het illegale kader was gearresteerd en uitgeschakeld. In april 1943 werden bovendien van de partijtop Jansen en Dieters gearresteerd, ze werden voor hun verzetsactiviteiten ter dood veroordeeld en op 9 oktober 1943 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. De Groot trok zich terug. Op voorspraak van Goulooze nam nu Jan Postma, districtleider van Amsterdam, de leiding op zich. De nieuwe top sloeg een gematigder, meer op integratie met de socialistische beweging gerichte koers in. Het Militair Comité werd opgeheven; Wagenaar werd vertegenwoordiger van de CPN in de nieuwe Raad van Verzet, waarin de overgebleven sabotagegroepen opgingen. Jan Postma werd overigens op zijn beurt gearresteerd in november 1943. De Waarheid bleef tot het eind van de oorlog verschijnen. Naar schatting zijn ruim 2000 communistische verzetsmensen tijdens de oorlog om het leven gekomen.

[bewerk] Na de bevrijding

De activiteiten van de CPN tijdens de oorlog zorgden voor een hoogtepunt in de populariteit van de partij. Bij de gemeenteraadsverkiezingen begin 1946 behaalde de partij landelijk 16% van de stemmen. In de gemeente Amsterdam werd de CPN zelfs de grootste partij met 32% van de stemmen en 15 zetels. De eerste naoorlogse Tweede Kamerverkiezingen in datzelfde jaar leverden de partij 10,6% van de stemmen op, goed voor tien zetels. De Waarheid was enige tijd het meest gelezen dagblad van Nederland, mede door het verschijningsverbod dat de Telegraaf tot 1949 trof. Van 1947 tot 1981 was het hoofdkantoor gevestigd in het gebouw Felix Meritis te Amsterdam.

Onder invloed van de Koude Oorlog verloor de partij in de jaren 50 veel aanhang, tot een dieptepunt van 2,4% van de stemmen in 1959. De partij was erg impopulair tijdens de Hongaarse Opstand in 1956. Als gevolg van de inval van de Sovjet-Unie in Hongarije, werden de redactieburelen van het partijdagblad De Waarheid door een stenengooiende menigte bestormd, omdat de krant de inval steunde.

De Binnenlandse Veiligheidsdienst probeerde tegelijk de interne verdeeldheid binnen de CPN te vergroten. Een aantal prominente partijleden vormde de Brug-groep en stapte uit de partij of werd geroyeerd. Zij deden, zonder succes, als aparte partij mee aan de Tweede Kamerverkiezingen van 1959. De BVD beweerde achter de oprichting van de Brug-groep te hebben gezeten, maar dat was waarschijnlijk zonder dat de leidende figuren van de Brug-groep daar iets van af wisten. In de jaren `60 en `70 nam de aanhang weer geleidelijk toe, onder invloed van studentenprotesten en van het succesvolle optreden van lijsttrekker Marcus Bakker. Zo haalde de partij bij de verkiezingen van 1972 zeven zetels. In 1977 volgde echter een dramatische terugval, van zeven naar twee zetels. Weliswaar werden in 1981 (met Bakker als lijsttrekker) en bij de vervroegde verkiezingen van 1982 (lijsttrekker Ina Brouwer) weer drie zetels behaald, maar de partij heeft zich nooit meer echt hersteld van de terugslag van 1977. Een factor was mogelijk het vertrek van voorman Marcus Bakker en het verschijnen van diverse nieuwe, jonge, vrouwelijke Kamerleden, zoals Ina Brouwer, in wie de oorspronkelijke achterban van 'gestaalde kaders' zich niet kon herkennen.

Toen de CPN ook nog inhoudelijk moderniseerde door naast de bevrijding van de arbeidersklasse thema's als feminisme en homo-emancipatie hoog op de agenda te zetten, werd het een deel van de oude arbeidersgarde te gortig. In 1982 richtten zij het Horizontaal Overleg van Communisten op, een pressiegroep binnen de CPN om de partij weer op het rechte, marxistische pad te krijgen. Iets meer dan een jaar later werd het Verbond van Communisten in Nederland opgericht, dat buiten de CPN opereerde en in 1986 aan de verkiezingen meedeed als VCN, Partij van Communisten in Nederland. De VCN behaalde geen zetel, en de CPN verdwijnt uit de Tweede Kamer.

In 1989 ging de partij op in GroenLinks en in 1991 werd de CPN opgeheven. De VCN'ers gingen door als Nieuwe Communistische Partij-NCPN.

Zie ook : Lijst van CPN-fractievoorzitters Tweede Kamer

[bewerk] Aanhang

Gedurende de jaren van haar bestaan was de partij lokaal soms zeer sterk. De belangrijkste bolwerken van de partij waren Oost-Groningen, de Zaanstreek en Amsterdam. Het sterkst stond de partij in de Oost-Groningse gemeente Finsterwolde, de enige gemeente waar de CPN steevast een absolute meerderheid behaalde. In buurgemeente en tweede grootste bolwerk Beerta leverde de CPN van 1982 tot 1989 haar eerste en enige burgemeester in de persoon van Hanneke Jagersma. Finsterwolde en Beerta vormen samen met derde grootste bolwerk Nieuweschans sinds 1990 de gemeente Reiderland, waar bijna alle CPN-kiezers buiten GroenLinks bleven en overgingen naar de NCPN.

Andere bolwerken waren Bellingwedde en Pekela (vooral Oude Pekela) in Oost-Groningen en Zaanstad (vooral Koog aan de Zaan, Krommenie en Wormerveer), Oostzaan, Ilpendam en Amsterdam in Noord-Holland. Niet zelden was een grote plaatselijke aanhang te danken aan het werk van plaatselijke afdelingen met toevallig sterke persoonlijkheden aan het hoofd.

De minste aanhang had de partij in de overwegend gereformeerde plattelandsgemeenten in de Alblasserwaard, Hoeksche Waard, Krimpenerwaard, Lopikerwaard en Vijfheerenlanden. Ammerstol, gelegen in de Krimpenerwaard, vormt hierop een uitzondering. De bijnaam van dit dorp was ook wel Moskou aan de Lek.

[bewerk] Ledentallen

Ledenaantallen, 1909-1930
Ledenaantallen, 1909-1930
Ledenaantallen, 1946-1991
Ledenaantallen, 1946-1991
Ledenaantal
Jaar Aantal leden Jaar Aantal leden
1946 50.000 1970 ?
1947 53.000 1971 ?
1948 53.000 1972 ?
1949 34.000 1973 10.147
1950 27.392 1974 ?
1951 ? 1975 ?
1952 ? 1976 11.550
1953 17.000 1977 13.082
1954 ? 1978 15.298
1955 15.463 1979 14.979
1956 ? 1980 15.510
1957 12.858 1981 15.014
1958 12.317 1982 14.370
1959 11.262 1983 13.868
1960 ? 1984 11.594
1961 ? 1985 9000
1962 ? 1986 8500
1963 ? 1987 7000
1964 ? 1988 6500
1965 ? 1989 6500
1966 ? 1990 5700
1967 ?

[bewerk] Bekende CPN-leden

[bewerk] Zie ook

[bewerk] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:


 

wymiana linkami wymiana linkami wymiana linkami tanie kredyty gotówkowe kreatyna Plaza 3 star hotel Los Angeles krynica noclegi Sejm Tyk