Anne Frank

Annelies Marie (Anne) Frank
Geboren 12-06-1929
Overleden begin maart-1945
Land staatloos
Jaren actief 1933 - 1945
Genre(s) autobiografisch
Literatuurportaal

Annelies Marie (Anne) Frank (Frankfurt am Main, 12 juni 1929Bergen-Belsen, begin maart[1] 1945) was een uit Duitsland afkomstig Joods meisje dat tijdens de Tweede Wereldoorlog was ondergedoken in Amsterdam. Zij en haar oudere zus Margot overleden aan uitputting en/of vlektyfus in het concentratiekamp Bergen-Belsen. Het dagboek dat zij tijdens haar onderduik bijhield is postuum gepubliceerd, vertaald in vele talen en is een bijzonder populair boek geworden.

Anne Frank is opgenomen in de Canon van Nederland. De commissie-Van Oostrom heeft Anne Frank als één van de vijftig thema's opgenomen die niet in de geschiedenisles op een Nederlandse school mag ontbreken.

Inhoud

Van Duitsland naar Amsterdam

Huis op het Merwedeplein (2004)
Huis op het Merwedeplein (2004)
De Anne Frankboom (2006)
De Anne Frankboom (2006)
Replica van de strafbarak in Kamp Westerbork waarin Anne Frank verbleef (2004)
Replica van de strafbarak in Kamp Westerbork waarin Anne Frank verbleef (2004)
Symbolische grafsteen voor Anne en Margot Frank in Bergen-Belsen (2003). Hun werkelijke graf is in een van de massagraven aldaar.
Symbolische grafsteen voor Anne en Margot Frank in Bergen-Belsen (2003). Hun werkelijke graf is in een van de massagraven aldaar.
Standbeeld van Anne Frank in Utrecht (Janskerkhof)(2006)
Standbeeld van Anne Frank in Utrecht (Janskerkhof)(2006)
Gedenkplaat voor Anne Frank in Aachen (2007)
Gedenkplaat voor Anne Frank in Aachen (2007)

Haar familie verhuisde in 1933 van het Duitse Frankfurt am Main, waar Anne was geboren, naar Amsterdam om aan vervolging door de nazi's te ontkomen. De eerste tijd woonde het gezin Frank in een Amsterdamse nieuwbouwwijk, op het Merwedeplein (achter het Victorieplein). Ze was net 13 jaar oud toen ze in juli 1942 onderdook in het Achterhuis, een kleine ruimte van twee verdiepingen achter het bedrijf van Otto Frank op de Prinsengracht 263. De deur naar het achterhuis zat verstopt achter een boekenkast.

Anne Frank en haar familie verloren hun Duitse nationaliteit door een Duitse naziwet uit 1941, die alle Joden buiten Duitsland hun staatsburgerschap ontnam. De familie werd op dat moment staatloos. Of de Duitse naziwet die de naar het buitenland gevluchte Duitse Joden hun staatsburgerschap ontnam ooit later is ingetrokken is niet bekend.

Wonen in het Achterhuis

Ze woonden in het Achterhuis van 6 juli 1942 tot 4 augustus 1944. Er woonden in totaal acht mensen in het huis: Otto en Edith Frank (Annes ouders), Annes oudere zus Margot, Fritz Pfeffer, een Joodse tandarts (in het dagboek Dussel geheten), en de heer en mevrouw Van Pels met hun zoon Peter (in het dagboek Van Daan geheten).

In deze jaren hield Anne een dagboek bij, waarin ze schrijft over haar angst tijdens het onderduiken, haar ontluikende gevoelens voor Peter, de ruzies met haar ouders en haar ambities om schrijver te worden. Het enige stukje natuur dat Anne kon zien vanaf de zolderkamer was de top van een kastanjeboom, die door de beschrijving in het dagboek later als Anne Frankboom bestempeld zou gaan worden. Ze schreef een aantal schriften vol, en alsof ze zich realiseerde dat het na de oorlog een echt boek kon worden, herschreef ze een groot gedeelte. In tien weken schreef ze 324 vellen vol, maar ze kreeg het niet af.

Verraden

Zie Het verraad van Anne Frank voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na meer dan twee jaar werden ze verraden, en was hun onderduikadres ontdekt. Ze werden door de Grüne Polizei gearresteerd en via kamp Westerbork naar het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau afgevoerd, en een maand later overgebracht naar Bergen-Belsen. Het dagboek werd gevonden door Miep Gies en Bep Voskuijl (in het dagboek Elly Vossen geheten), twee van de mensen die voor hen zorgden, en werd door hen bewaard. Het is niet bekend wie Anne Frank en haar familie verraden heeft.

Nadat ze waren gearresteerd, werden de acht onderduikers plus Victor Kugler en Johannes Kleiman naar het hoofdkwartier van de Gestapo in Amsterdam-Zuid gereden. Na een tijdje in een kamer met andere gevangenen te hebben gezeten, werden Kugler en Kleiman naar een andere cel gebracht. Het was de laatste keer dat ze hun vrienden zagen, behalve Otto Frank: die heeft de oorlog overleefd.

De volgende dag werden de onderduikers naar de Weteringschansgevangenis in het centrum van Amsterdam gebracht. De onderduikers verbleven twee dagen in deze gevangenis. Op 8 augustus werden ze naar het Centraal Station van Amsterdam gebracht. Zodra de passagiers binnen waren, gingen de deuren op slot. 's Middags kwam de trein op zijn bestemming aan: Kamp Westerbork.

De onderduikers werden in een strafbarak gezet, omdat ze zich niet vrijwillig hadden gemeld. Hun hoofden werden kaalgeschoren, ze kregen minder eten en moesten harder werken dan de gewone gevangenen. Ergens begin september werd verteld dat de volgende dag zo'n duizend mensen naar het oosten zouden worden gebracht. In de ochtend van 3 september zouden ze vertrekken. Een selectieleider kwam 's avonds naar de strafbarak, waar hij de namen op zijn lijst voorlas. Ook de onderduikers werden genoemd. Ze zouden naar Auschwitz gaan.

Bij aankomst stonden de kapo's op het perron, klaar om de gevangenen uit de wagons te rukken. Otto Frank, Hermann en Peter van Pels en Fritz Pfeffer werden naar het mannenkamp weggevoerd. Edith, Auguste van Pels, Anne en Margot naar Auschwitz-Birkenau. Nadat Anne, Margot en Edith een tijd in het kamp hadden gezeten, kreeg Anne schurft. Ze werd naar de schurftbarak gebracht, waar de zieken de andere gevangenen niet zo gauw zouden besmetten.

Dood

Margot ging vrijwillig naar de schurftbarak, waarna ze besmet werd. Na een selectie door Josef Mengele werd Edith naar de gaskamers gestuurd. Ze ontsnapte daaraan. Edith stierf op 6 januari 1945.

Margot en Anne werden naar Bergen-Belsen gebracht. Margot stierf in maart aan tyfus, Anne enkele dagen na haar. Otto was al bevrijd en probeerde tevergeefs zijn dochters te vinden. Drie weken na Annes dood bevrijdden Britse troepen Bergen-Belsen.

Dagboek

Anne schreef haar dagboek in de vorm van brieven aan haar fictieve vriendin Kitty. Ze schreef Ik zal hoop ik aan jou alles kunnen toevertrouwen, zoals ik het nog aan niemand gekund heb, en ik hoop dat je een grote steun aan me zult zijn. In dit dagboek kon zij alles kwijt. Nadat zij verraden werd heeft Miep Gies de dagboekpapieren bewaard. Alleen Annes vader Otto overleefde het concentratiekamp; Miep gaf het dagboek aan hem. Hij redigeerde het en publiceerde het in 1947 onder de titel Het Achterhuis. Het is sindsdien een van de meest gelezen boeken ter wereld geworden. Recente uitgaven van het boek vergelijken haar originele tekst met de veranderingen die haar vader heeft gemaakt. In 2004 verscheen het Mooie-zinnenboek. Op aanraden van haar vader schreef Anne (in een kasboek) fragmenten over uit de vele boeken die zij in het Achterhuis las. Het gaat om fragmenten en versjes die haar in het bijzonder troffen. In de meeste gevallen betreft het volwassen literatuur in het Nederlands, Duits en Engels. Het boek bevat facsimilia van Annes originele handschrift met daarnaast de gedrukte tekst. Het manuscript werd al tentoongesteld in het Anne Frankhuis en in het buitenland, maar verscheen niet eerder in druk.

In 1980 stierf Otto Frank op 91-jarige leeftijd. Hij schonk het dagboek aan het NIOD.

Op zaterdag 9 juli 2005 werd op het Merwedeplein een monument onthuld ter nagedachtenis aan Anne Frank. Van 1933 tot 1942 woonde Anne op het Merwedeplein. In het plantsoen waar haar bronzen beeltenis wordt geplaatst, liggen talloze voetstappen van haar.

De dagboeken van Anne Frank worden als echt beschouwd. Dat bevestigt onder andere de Duitse Bundeskriminalamt (BKA) in een onderzoek. Het papier en de inkt die de Joodse onderduikster in haar dagboek gebruikte, stammen uit de oorlogsjaren. In een eerder onderzoek in 1980 merkte de BKA nog op dat er enige balpeninkt was gebruikt die pas in 1951 op de markt kwam. Voor neonazi’s was dit vele jaren aanleiding om te beweren dat het dagboek niet echt was. De aangetroffen balpeninkt was echter niet aangebracht in het dagboek maar op losse blaadjes. Deze blaadjes bleken afkomstig van een onderzoekster die de dagboeken na de Tweede Wereldoorlog bestudeerde.

Anne Frank Stichting

In 1963 richtten Otto Frank en zijn tweede vrouw Elfriede Geiringer-Markovits het Anne Frank Fonds op gevestigd te Bazel in Zwitserland. Het ondersteunt wereldwijd projecten onder meer om jongeren voor te lichten over racisme.

Nominatie grootste Nederlander

In 2004 werd Anne Frank genomineerd voor het televisieprogramma De grootste Nederlander. Voor de organiserende omroep KRO was dit aanleiding om voor te stellen Anne Frank postuum te naturaliseren. Dit voorstel werd door vele kamerleden gesteund. Volgens de Nederlandse wet komen echter alleen in leven zijnde personen in aanmerking voor naturalisatie. Anderen, bijvoorbeeld een medewerker van het NIOD, vonden dit onkies. Naar de mening van de Anne Frank Stichting wordt Anne Frank allang als Nederlands meisje beschouwd, omdat ze in Nederland opgroeide en in Nederland haar beroemde dagboek schreef.

De KRO besloot daarop de nominatie van de formeel staatloze Anne Frank in stand te houden, te meer omdat het al dan niet hebben van de Nederlandse nationaliteit bij de verkiezing van De Grootste Nederlander er niet echt toe doet. Ze eindigde op de 8e plaats in de slotverkiezing.

Bij een soortgelijk televisieprogramma in Duitsland (Unsere Besten voor de verkiezing van de Grootste Duitser) werd Anne Frank eveneens genomineerd en eindigde ze op de 134e plaats.

Literatuur

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:
  1. ^ Biografie van Anne Frank door David Barnouw in het Biografische Woordenboek van Nederland. De officiele overlijdensakte vermeldt 31 maart 1945 als overlijdensdatum.
Wikiquote Wikiquote heeft een collectie citaten gerelateerd aan Anne Frank.

 

wymiana linkami system wymiany linków system wymiany linków wymiana linkami kreatyna Gry Online Plaza 3 star hotel Los Angeles krynica noclegi Kredyty odnawialne