95 stellingen

Twee bladzijden uit de 95 stellingen
Twee bladzijden uit de 95 stellingen

De 95 stellingen worden in 1517 door Luther gepubliceerd als reactie tegen de aflaatverkoop van Johann Tetzel, een dominicaans priester. Luther werd immers geconfronteerd met mensen die hun zonden kwamen biechten en daarna hun aflaten lieten zien, zodat Luther hun geen boetedoening kon opleggen. De aflaat was een vergeving van zonden door de paus, door te putten uit de verdienste van de goede werken van Christus en alle gelovigen. Hiervoor was geen berouw nodig, het aankopen van de aflaat was voldoende. Luther wilde de misstanden aanklagen en rechtzetten en ging ervan uit dat de paus het misbruiken van de aflaatverkoop ook zou veroordelen.

De hervormer Philipp Melanchthon schreef als eerste in het voorwoord van Luthers verzamelde werken, dat Luther de 95 stellingen tegen de aflaat had aangeplakt aan de slotkerk te Wittenberg, op 31 oktober 1517. Het beeld van Luther die de 95 stellingen aan de deur van de slotkerk te Wittenberg vastspijkert, heeft een grote rol gespeeld in de Lutherverering in de 19e eeuw. Melanchthon was echter geen ooggetuige geweest, want hij was pas in 1518 als hoogleraar aan de Wittenbergse universiteit aangesteld.

De katholieke Lutheronderzoeker Erwin Iserloh beweerde in 1961 in het openbaar dat het aanslaan van de stellingen een legende was. Deze stelling wordt onderbouwd in het boek: "Beknopte geschiedenis van de reformatie (Oorzaken - verloop - invloed), Joseph Lortz en Erwin Iserloh; J.H.Gottmer-Haarlem,1971.

De volgende argumenten komen in aanmerking om aan te tonen dat het aanslaan van de stellingen aan de deur van de kerk een legende is:

  • Luther dacht eerst dat de aflaatpredikers eigenmachtig optraden, zonder medeweten van bisschop of aartsbisschop, en tegen de wil van de paus in.
  • Toen Luther echter de 'Instructio summaria' van de aartsbisschop in handen kreeg, wist hij dat de aflaatprediking in overeenstemming was met de officiële instructies.
  • Daarom stuurde hij op 31 oktober 1517 een brief aan zijn plaatselijke bisschop, Hiëronymus Schulz van Brandenburg en tot de aartsbisschop Albrecht, waarin Luther de aartsbisschop verzoekt de 'Instructio summaria' te herroepen. Deze brief is bewaard gebleven.

De stellingen waren bij de brief ingesloten en Luther vraagt een dringende verheldering van de leer over de aflaten door de theologen.

  • Op deze brief komt Luther later nog vaak terug, bijvoorbeeld in een brief aan paus Leo X in mei 1518 en in een brief aan zijn keurvorst Frederik de Wijze op 21 november 1518.
  • In de brief aan Frederik de Wijze stelt Luther expliciet dat hij alleen zijn plaatselijke bisschop, Hiëronymus Schulz van Brandenburg en aartsbisschop Albrecht met voorgenoemde brief op de hoogte had gebracht van de misbruiken van de aflaatverkoop, en dat zelfs zijn vrienden niet op de hoogte waren.
  • Pas toen hij geen antwoord kreeg van bisschop Hiëronymus Schulz van Brandenburg en de aartsbisschop Albrecht, maakte Luther de stellingen bekend aan geleerde mannen binnen en buiten Wittenberg.
  • Het aanslaan van de stellingen aan de deur, zonder een antwoord op zijn brief aan zijn plaatselijke bisschop, Hiëronymus Schulz van Brandenburg en de aartsbisschop Albrecht af te wachten, zou als een provocatie beschouwd worden. Luther wilde juist provocatie en geweld voorkomen en vertrouwde op de goede bedoelingen van de paus.
  • Er heeft nooit een openbare discussie over de stellingen plaatsgevonden, wat de bedoeling geweest zou zijn van het aanslaan van de stellingen aan de kerkdeur.
  • Er is geen oorspronkelijke uitgave van de stellingen gevonden, ze werden gepubliceerd op verschillende plaatsen, zonder toedoen van Luther.
  • In een van zijn tafelgesprekken vertelt Luther dat hij na Allerheiligen ontsteltenis heeft gewekt bij zijn collega Hiëronymus Schurf, toen hij zei dat hij tegen de aflaten wilde schrijven. Dus kon Luther deze niet reeds op Allerheiligen aangeplakt hebben.
  • Pas op 11 november stuurt Luther de stellingen aan zijn vriend, prior Johannes Lang te Erfurt, met de vraag of hij en zijn medebroeders er hun mening willen over geven.

Luther heeft zijn plaatselijke bisschop, Hiëronymus Schulz van Brandenburg en de aartsbisschop Albrecht, de tijd gegeven om te reageren. Tevens waren de 95 stellingen niet in strijd met de toen verplichte leerstellingen van de kerk. Luther stuurde dus niet aan op een breuk met de kerk, maar op het uit de weg ruimen van misstanden die geen basis hadden in de officiële leer van de kerk.

De stellingen werden rond de jaarwisseling 1517/1518 gedrukt te Leipzig, Neurenberg en Bazel. In Duitsland en de hele wereld vonden de stellingen weerklank: ze waren de verwoording van reeds lang smeulende vragen en ontevredenheid bij de bevolking.

Luther betreurde deze plotse verspreiding van de stellingen, want ze waren voor de geleerden bestemd.

[bewerk] Externe links

  • De tekst van de 95 stellingen met inleiding door Frans van der Heijden (1918 - ...)

http://utopia.knoware.nl/users/adosh/luther/

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Het Latijnse origineel van de 95 stellingen op Wikisource
Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina De Engelse vertaling van de 95 stellingen op Wikisource
 

wymiana linkami SEO Tools SEO Tools system wymiany linków system wymiany linków tanie kredyty gotówkowe kreatyna Plaza 3 star hotel Los Angeles krynica noclegi Sejm Tyk